• Welkom op 'planet Rolex' en haar bewoners

Archive for januari, 2014

Ernest Hemingway: een echte Rolex man
by admin


The quintessential Renaissance man, Ernest Hemingway was a Nobel-prize-winning author, war reporter, bullfighter and a sophisticated cocktail connoisseur. He lived (and drank) all over the world, but was oft known for hanging out in bars in Key West and Havana. We’re toasting Hemingway this month, in honor of his birthday (July 21), with a few tidbits and tipples.

The Cocktails:
The original Hemingway Daiquiri was a frozen mixture of white rum, lime and grapefruit juice and maraschino liqueur and was reminiscent of a lime-colored Slurpee. Served at the infamous El Floridita in Cuba, it is said Hemingway once consumed more than a dozen in an evening. He remarked that one “felt as you drank them, the way downhill glacier skiing feels running through powder snow.” Ordered mostly by Hemingway as a double, the drink also became known as the Papa Dobles. Nowadays, the cocktail is often served straight up, no blender required. Hemingway was also a fan of absinthe and is credited with mixing a potent blend of absinthe and Champagne dubbed Death in the Afternoon after his 1932 book of the same name. 

His Drinking Buddies:
In Paris during the “Golden Age” of the 1920s, Hemingway drank with a bevy of famous artists and writers including Pablo Picasso, F. Scott Fitzgerald, James Joyce and W. B. Yeats. Woody Allen’s Midnight in Paris reenacts the conversations and carousing with admirable detail, as does our top tome of the month, The Paris Wife, a fictional account of Hemingway’s first marriage during those party years.

Hemingway Daiquiri

2 ounces white rum
3/4 ounce fresh lime juice
1/2 ounce fresh grapefruit juice
1/2 ounce maraschino liqueur

Add all ingredients to a cocktail shaker filled with ice and shake well. Strain into a chilled coupe or martini glass and garnish with a lime wheel.

Death in the Afternoon

1 1/2 ounces absinthe
4 ounces Brut Champagne

Pour absinthe into a champagne flute and top with chilled Brut Champagne until it clouds over.

Bovenstaande tekst geeft in een notendop goed weer wat voor een man Ernest Hemingway was en wat voor een leven hij leidde. Dit is echter een kant van het verhaal. Hemingway leed aan een bipolaire stoornis en kende ernstige depressies. In 1960 werd Hemingway in de Mayo Clinic behandeld met ECT (‘Electro Convulsive Therapy’, “Electroshock”) waarover hij het volgende zei: “What these shock doctors don’t know is about writers…and what they do to them…What is the sense of ruining my head and erasing my memory, which is my capital, and putting me out of business? It was a brilliant cure but we lost the patient.” Uiteindelijk heeft hij in 1961 in Idaho met een pistoolschot door het hoofd een einde aan zijn leven gemaakt; de wijze waarop hij deze daad gepleegd heeft past helemaal bij het karakter van Hemingway.

Hemingway Memorial in Trail Creek, noordelijk van Sun Valley, Idaho

Hemingway Memorial in Trail Creek, noordelijk van Sun Valley, Idaho

Ernest Miller Hemingway was het tweede kind, en eerste zoon, van Clarence en Grace Hemingway

Ernest Miller Hemingway was het tweede kind, en eerste zoon, van Clarence en Grace Hemingway

De Hemingway familie in 1905, van links naar rechts: Marcelline, Sunny, Clarence, Grace, Ursula en Ernest

De Hemingway familie in 1905, van links naar rechts: Marcelline, Sunny, Clarence, Grace, Ursula en Ernest

ehe:Rolls Royce

Deze 1929 Rolls Royce Phantom II Short Coupled Saloon is van Ernest Hemingway geweest. Met deze auto doorkruiste hij de USA terwijl hij titels als ‘A Farewell to Arms’, ‘The Fifth Column and the First Forty-Nine Stories’ en ‘Death in the Afternoon’ schreef en uitgaf. De auto is voorzien van drank, golf en jacht opslag compartimenten.

Een andere auto van Ernest Hemingway is de Lancia B10 waarmee hij in 1954 door Europa reisde.

ehe:Lancia B10 1954


Ernest Hemingway, who famously wrote standing (“Hemingway stands when he writes. He stands in a pair of his oversized loafers on the worn skin of a lesser kudu—the typewriter and the reading board chest-high opposite him.”), approaches his craft with equal parts poeticism and pragmatism:

” When I am working on a book or a story I write every morning as soon after first light as possible. There is no one to disturb you and it is cool or cold and you come to your work and warm as you write. You read what you have written and, as you always stop when you know what is going to happen next, you go on from there. You write until you come to a place where you still have your juice and know what will happen next and you stop and try to live through until the next day when you hit it again. You have started at six in the morning, say, and may go on until noon or be through before that. When you stop you are as empty, and at the same time never empty but filling, as when you have made love to someone you love. Nothing can hurt you, nothing can happen, nothing means anything until the next day when you do it again. It is the wait until the next day that is hard to get through “.


Het favoriete schoeisel van Hemingway waren loafers, hij had er rekken vol van

Het favoriete schoeisel van Hemingway waren loafers, hij had er rekken vol van

Ernest Hemingway herstellende van verwondingen aan zijn benen, Milaan 1918

Ernest Hemingway herstellende van verwondingen aan zijn benen, Milaan 1918

In de winter van 1917 voerde het Rode Kruis campagne om Amerikaanse vrijwilligers te ronselen die op het Italiaanse front met ambulances wilden rijden. Hemingway ging daar op in, want in het Amerikaanse leger werd hij vanwege een slecht oog geweigerd voor de dienst. Op 8 juli 1918, pas enkele weken na zijn aankomst, werd hij aan zijn been gewond door granaatscherven, op het ogenblik dat hij chocolade en sigaretten aan Italiaanse soldaten langs de rivier de Piave uitdeelde. Volgens Ted Brumback, een andere ambulancechauffeur, die een brief schreef aan Hemingways vader, kreeg Hemingway meer dan 200 scherven in zijn benen, maar slaagde er ondanks deze verwonding toch in om een andere gewonde soldaat naar de Eerste Hulppost te brengen. Onderweg werd hij dan nog eens in zijn benen getroffen door verschillende machinegeweerkogels. Voor deze daad van zelfopoffering kreeg hij later de Italiaanse Zilveren Medaille voor Heldenmoed. De verwonding aan zijn rechterknie was zo ernstig dat hij vreesde dat het been zou moeten worden geamputeerd. Herstellend van zijn verwondingen in een ziekenhuis in Milaan, werd Hemingway verliefd op Agnes von Kurowsky, een goed opgeleide Amerikaanse verpleegster die acht jaar ouder was dan hij. Hemingway zou deze romance later in zijn roman A Farewell to Arms verwerken.

Ernest Hemingway schreef 'For whom the bell tolls', over zijn ervaringen in de Spaanse Burgeroorlog, in 1939 in Cuba, Key West en Sun Valley, Idaho

Ernest Hemingway schreef ‘For whom the bell tolls’, over zijn ervaringen in de Spaanse Burgeroorlog, in 1939 in Cuba, Key West en Sun Valley, Idaho

Het boek vertelt het verhaal van Robert Jordan, een jonge Amerikaanse explosievenexpert die als lid van de Internationale Brigades wordt toegevoegd aan een antifascistische guerrilla-eenheid in de bergen tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Samen moeten zij een brug opblazen om een aanval op Segovia te doen slagen. Jordan wordt tijdens de missie verliefd op Maria, een meisje dat haar ouders heeft verloren door de oorlog.
Het boek bevat autobiografische gedeeltes, Hemingway was tijdens de burgeroorlog in Spanje. De hoofdpersoon is mogelijk gebaseerd op Robert Hale Merriman, een Amerikaan die in 1938 in Spanje was gesneuveld. Merriman was een kennis van Hemingway.


In WOII was Hemingway reporter in oorlogsgebieden in Europa en onderstaande tekst gaat over zijn ervaringen in België in die tijd:

On September 11th, 1944, Colonel Charles Trueman Buck Lanham, with a smouldering Lucky Strike permanently dangling from the left corner of his mouth, was looking through a splendid pair of captured German Zeiss field-glasses toward the river that formed the German border less than a hundred yards away.

“ Damn!”

“ What’s the problem, Buck?” asked Hemingway, who was playing a hand of gin rummy with Pelkey.

“ They’ve blown the damned the bridge. That was obviously the explosion we heard a minute ago.”

“ Who the hell are “they”, Buck?”

“ The damned SS. We heard yesterday that a few remnants of the 2nd SS Division might have been left behind to the give the regular German army a chance to get home to father.”

“ A joker don’t count, Archie. What can we do, Buck?”

“ Repair the bridge, I guess.”

Lanham then spotted one of his aides and yelled.

“ Captain!”

“ Sir?”

“ Get a bunch of engineers up here, and fast.”

“ Yes sir, but they’re way back…”

“ I didn’t ask where they were, captain, just get them up here.”

“ Yes, sir!”

The Captain roared off in his Jeep as Hemingway placed his cards on top of the low wall he and Pelkey were using as a card table.

“ Four, five, and six of clubs, oh, and eight, nine, ten, and jack of hearts. My hand I think, Archie? That’s a hundred dollars you owe me.”

“ Shit.”

Hemingway, Pelkey, and their little band, plus Lanham and a forward reconnaissance unit of his 22nd, were in the Belgian town of Houffalize – to the south of Liege, and just north of Bastogne – deep in the valley of the River Ourthe, beneath steep grey granite cliffs, which was, in the words of British historian Charles Whiting, “…the centre of a small road network and a bottle-neck. In three months time it was to be the centre of the great link up between the 1st and 3rd US Armies during the Battle of the Bulge and then it would be wrecked completely.”

For Lanham the bridge across the Ourthe, in the middle of the town, was essential for the eastward progress of the 22nd. But that didn’t bother the inhabitants of the town, who – even though many of their houses had been destroyed as the bridge went up – still heaped gifts of cakes,
eggs, and bottles of wine, upon Hemingway and the rest of the “liberators.”

“ Say, Ernie, if this were Oak Park, and your dear Mother was being liberated, would she offer cakes and wine?” asked Lanham.

“ I don’t ever remember seeing cakes in the house, sure as hell don’t recall eating any. And as for wine Buck, no chance, the Devil’s liqueur. No, any liberating army outside the Bitch’s house would be told in no uncertain terms to please stay off the grass and to be as quiet as possible so as not to disturb her afternoon nap. But then, who’d want to liberate Oak Park?”

After frying and devouring the eggs, eating the cakes, and drinking the wine, Lanham got the now assembled bunch of 22nd Infantry Engineers (the captain had found them brewing coffee less than three miles down the road) to gather together as many villagers as they could to start rebuilding the bridge with anything they could lay their hands on.

“ Wish I could get my hands on a Bailey Bridge, Ernie, but the damned Limeys keep them all to themselves, and the few the US have are in Holland.”

“ To hell with the Limeys, Buck.”

“ Yeh, but I still wish I had one of their damned bridges.”

Donald Bailey (later, Sir Donald) a pretty low grade British civil servant – and something of a Meccano fanatic as a boy – invented his so called Bailey Bridge in 1941, and eventually convinced the British military to take up his idea; and like all simple ideas it proved itself to be indispensable.

In essence a Bailey Bridge is a prefabricated metal road bridge that floats on pontoons, with the roadway element made-up of heavy duty timber planks. It can be assembled relatively easily, taking
around six hours to span a river the size of the Thames. The first was erected (under heavy enemy fire) in May 1944, at the battle of Monte Casino in Italy. Hundreds were used in the hours, days, and weeks after D-Day, enabling the Allied armies – especially the heavy armour and supply trucks – to maintain their necessary momentum whenever they came across a destroyed bridge. The Americans soon saw the usefulness of the invention and built hundreds under licence for their own use. As Colonel Lanham mentioned, by September of 1944 virtually all of the Bailey Bridges were being used in Holland as the Allied armoured divisions dashed toward Arnhem to relieve the besieged units of the British Airborne. To get an idea of how a Bailey Bridge was constructed, watch Sir Richard Attenborough’s superb 1977 film, A Bridge Too Far, and enjoy Elliott Gould’s wonderful portrayal of an unconventional, Colonel Lanham style, cigar-chewing American officer kicking ass. Of course Lanham had no chance of getting his hands on a Bailey Bridge, having to make do and mend. Bailey Bridges are still manufactured today.

Hemingway chose not to help re-build the bridge, but instead sat on a fence watching, drinking, and shouting orders on bridge-building techniques. Many of the town’s inhabitants, who genuinely thought Hemingway was in charge, immediately started referring to him as the General. Hemingway told them he was not a general, only a captain, and after being quizzed as to why he held such a lowly rank replied in deliberately broken French:

“Can’t read nor write is why. Never quite got around to it, but hell that don’t hold anyone back in the good old US Army.”

Ernest Hemingway was, as ever, enjoying himself hugely, and Lanham never told the Houffalizeans who was really in charge; why confuse them when they were building such an excellent bridge?

In fact it took less than an hour for the good people of Houffalize to rejoin the two halves of the bridge, and by early evening Lanham’s vehicles were crossing over in numbers – including tanks – to the German side and the inevitable confrontation.

A little further down river – where the Ourthe becomes the Sure – at the village of Stolzemburg, on the Luxembourg side of the river, which forms the border between Belgium, Luxembourg, and Germany, a young American Staff Sergeant, Warner H. Holzinger of the US 5th Armoured Division, took a patrol across the river – the bridge there had also been blown by the retreating Germans – and, avoiding the road, scaled the cliffs on the German side. They were the first allied soldiers to enter Germany in wartime since Napoleon’s invasion 150 years before. When they reached a small plateau fifty feet from the top of the cliffs they came across several empty camouflaged bunkers which were being used as a chicken coops by a farmer.

“ Well, if this is the famous West Wall, I don’t think much to it,” Holzinger said to a corporal at his side.

But when his patrol finally reached the cliff top and looked downward toward the heart of Germany they saw hundreds of pillboxes and bunkers of every shape and size. They hit the dirt expecting a barrage of fire, but nothing happened, not a single shot came their way. With night coming on Holzinger didn’t feel like hanging around and ordered his patrol back down the cliff and across the river. He had no desire to see if those other bunkers were empty or not.

When the sergeants report reached General Courtney Hodges, Commander of the US 1st Army, the General issued the following statement:

“ At 1805 hrs on 11th September, a patrol led by Sgt Warner H. Holzinger crossed into Germany near the village of Stolzemburg, a few miles north-east of Vianden, Luxembourg.”

As Warner and his patrol celebrated with a few drinks, and Colonel Clarence Park, Patton’s Inspector General, began to assemble and co-ordinate the paperwork for the interrogation of Ernest Hemingway, the novelist himself went to bed early, after a good dinner, and dreamed of
hunting deer in the forests around Lake Michigan, countryside that was not unlike that around Houffalize.

The morning of Tuesday the 12th September 1944 was clear and sunny, and as Hemingway awoke slowly from a dream where he was hunting deer with his son Patrick in Idaho, and had this most wonderful young stag clear in his sights, and was about to squeeze the trigger and put a .45 shell
cleanly into the back of the animal’s brain, the deer turned his head and looked at Hemingway, and his dark doleful eyes and trusting soft eared head turned into the anguished depressed face of Hemingway’s dead father. Ernest squeezed the trigger anyway.

Hemingway was awake now and looking up from his bed at his ageing face in the cracked oval mirror that hung above the large pine dressing table that stood against the wall in front of the bed of the first floor bedroom of the hunting lodge he, Pelkey, and the others were sharing. Hemingway then looked at his watch, six am, and not a sound except some distant snoring, and the sound of a million animals and birds stretching their wings and limbs amongst the trees and undergrowth
of this part of the dense Ardennes Forest. Funny, Hemingway thought, how, in the midst of war, nature continued to do what nature does, which is preen and sing, and scratch, and burrow, and eat, and fornicate and kill, and be killed. Not so different really to what the rest of the world was doing on this beautiful September morning.

Ernest Hemingway wanted to get up but decided against it for the minute and luxuriated a little longer in the warmth and softness of the feather mattress and fell asleep again, and dreamed, and dreamed of seeing James Joyce…

Ernest Hemingway met een Rolex, waarschijnlijk een Bubbleback uit de 1940s

Ernest Hemingway met een Rolex, waarschijnlijk een Bubbleback uit de 1940s

eh:bubbleback detail

De foto van de Bubbleback is gemaakt in de kleedkamer in Ralph Lauren op Worth Avenue in Palm Beach, Florida.

Ernest Hemingway in de kajuit van zijn boot 'El Pilar'. Om zijn pols waarschijnlijk een 18k gouden Rolex Oyster met leren band uit de 1950s

Ernest Hemingway in de kajuit van zijn boot ‘El Pilar’. Om zijn pols waarschijnlijk een 18k gouden Rolex Oyster met leren band uit de 1950s

eh:zoom in cabin boat

Navraag over de details van de Rolex horloges van Hemingway bij de John F. Kennedy Presidential Library in Boston leverde helaas niet de gewenste resultaten op. In hun Ernest Hemingway archief werd geen enkele Rolex aangetroffen. De enige drie horloges die bij hun vermeld staan zijn de volgende:

1. Jewelry. Pocket Watch. Gold, metal, glass. Gold pocket watch with second hand dial. Glass face plate is broken. MO 2002.29
2.Jewelry. Pocket Watch. Silver. Silver pocket watch with viello on reverse and “Willoughby A. Hemingway, Dec. 25, 02” inscribed on interior backing. Face plate is missing. MO 2002.29.3
3. Jewelry. Watch. Metal, plastic. 1 ½ in. Swiss wrist watch with plastic cover. Wrist strap is missing. MO 2002.23.2

Een ander interessant horloge van Hemingway, ook geen Rolex, is het Hamilton zakhorloge uit 1906 dat hij in 1954 van de actrice Ava Gardner voor zijn 55ste verjaardag kreeg. Onderstaand artikel vertelt het hele verhaal:
Hemingway “Birthday” Pocket Watch

Ernest Hemingway in Cabo Blanco in mei 1956

Ernest Hemingway in Cabo Blanco (Peru) in mei 1956, vissend op zwarte marlijn


In 1951 schreef Hemingway in Cuba een van zijn bekendste werken, ‘The Old Man and the Sea’. Uitgegeven in 1952 was het het laatste belangrijke fictieve werk van Hemingway dat nog tijdens zijn leven werd uitgegeven. Het verhaal gaat over Santiago, een oude visserman, die 84 dagen lang niets gevangen heeft. Zijn leerling Manolin mag van zijn ouders niet meer met Santiago mee, hij moet op pad met meer succesvolle vissers, maar de jongen blijft nog wel voor de oude man zorgen. ‘s Avonds brengt hij Santiago voedsel en hebben ze het eindeloos over de fameuze Amerikaanse honkbalspeler Joe DiMaggio.
Die avond vertelt Santiago dat hij de volgende dag in zijn eentje helemaal naar de Gulf Stream, ten noorden van Cuba in de Straits of Florida, zal varen en dat zijn ‘salao’ (de ergste vorm van pech) voorbij zal zijn. Op dag 85 rond het middaguur heeft Santiago beet, een grote vis waarvan hij overtuigd is dat het een marlijn is.
Er ontvouwt zich een strijd die drie dagen zal duren en als de vis eindelijk aan zijn sloep is bevestigd is Santiago volledig uitgeput en bijna delirant. Terwijl hij aan het rekenen is hoeveel deze marlijn hem wel niet gaat opbrengen, verschijnen de eerste haaien die afgekomen zijn op het bloedspoor achter de boot. Santiago slaagt erin de eerste vijf haaien van zich af te slaan maar ze blijven maar komen. Uiteindelijk komt hij terug in de haven met slechts het reusachtig skelet van de vis. Als een ongeruste Manolin die avond bij hem langskomt ligt Santiago te slapen en droomt hij over zijn jeugd, leeuwen op een Afrikaans strand.

In 1953 kreeg ‘The Old Man and the Sea’ de Pulitzer Price for Fiction en het boek speelde een belangrijke rol in het krijgen van de Nobelprijs voor Literatuur die Ernest Hemingway in 1954 in ontvangst mocht nemen.


Ernest Hemingway geportretteerd door de fotograaf Yousuf Karsh in 1957. Om zijn pols draagt hij een stalen Rolex Oyster Perpetual uit de 1950s. De begeleidende tekst bij de foto:
‘He did not like to talk about his work. Once he had written a book, he said, it went out of his mind completely and no longer interested him. “I must forget what I have written in the past, before I can project myself into a new work.”
What did he think, I asked, about the large tribe of writers who imitate his style? The trouble with imitators, he said, was that they were able to pick out only the obvious faults in his work; they invariably missed his real purpose’.

Hemingway gefotografeerd door Yousuf Karsh in 1957

Hemingway gefotografeerd door Yousuf Karsh in 1957

Het commentaar van Karsh bij de foto:
‘I expected to meet in the author a composite of the heroes of his novels. Instead, in 1957, at his home Finca Vigía, near Havana, I found a man of peculiar gentleness, the shyest man I ever photographed – a man cruelly battered by life, but seemingly invincible. He was still suffering from the effects of a plane accident that occurred during his fourth safari to Africa. I had gone the evening before to La Floridita, Hemingway’s favourite bar, to do my “homework” and sample his favorite concoction, the daiquiri. But one can be overprepared! When, at nine the next morning, Hemingway called from the kitchen, “What will you have to drink?” my reply was, I thought, letter-perfect: “Daiquiri, sir.” “Good God, Karsh,” Hemingway remonstrated, “at this hour of the day!”’.


In het boek met de titel ‘Across the river and Into the Trees’ (1950) schrijft Hemingway het volgende over een Rolex Oyster (blz 117-118):
‘ “It’s just a muscle,” the Colonel said. “Only it is the main muscle. It works as perfectly as a Rolex Oyster Perpetual. The trouble is you cannot send it to the Rolex representative when it goes wrong. When it stops, you just do not know the time. You’re dead.”‘.

Jaap Bakker

januari 20th



Alternatieven voor het ETA uurwerk
by admin


De Swatch Groep in Zwitserland heeft drie fabrikanten van uurwerken onder haar vleugels: ETA, F. Piguet en Lemania.

Lemania uurwerk in Omega Speedmaster Moonwatch

Lemania kal.1883 in Omega Speedmaster Moonwatch

1987 Piguet kal.1180 voor Blancpain

1987 Piguet kal.1180 voor Blancpain

Al tientallen jaren worden deze uurwerken door honderden merken in Zwitserland, Azië en de rest van de wereld buiten de Swatch Groep gebruikt om hun horloges aan te drijven. Swatch levert op dit moment ongeveer 60% van de uurwerken binnen de Zwitserse horloge industrie en toen de eerste geruchten ontstonden over het terugschroeven van de levering van uurwerken was de Zwitserse kartelautoriteit er als de kippen bij om in te grijpen.


In 2002 kondigde de Swatch Groep aan om de levering van Ebauches (gedeeltelijk geassembleerde uurwerken met bijbehorende onderdelen) geleidelijk aan af te gaan bouwen in 2006. CEO Hayek zag de steeds verder groeiende afhankelijkheid van derde partijen van de Swatch Groep uurwerken en was bang dat dit verlammend zou gaan werken voor hen en voor Zwitserland. Bovendien was een belangrijke reden voor de beslissing van Hayek dat hij op deze manier andere horlogefabrikanten er toe dwong om te investeren in innovatie en de productie van eigen uurwerken. Een bijkomend punt van zorg was het feit dat veel van de Ebauches terechtkwamen in imitatiehorloges.
Deze aankondiging van de Swatch Groep had vanzelfsprekend veel voeten in de aarde en er volgde een periode van ruim 10 jaar voordat er volledige duidelijkheid kwam.
Omdat er dramatische consequenties voor de horloge industrie gevreesd werden door een tekort in de aanvoer van Ebauches, greep de Zwitserse Competition Commission in. Er werd een akkoord bereikt waarbij ETA tot 2008 Ebauches zou blijven leveren, met een totale stop in 2010.

eta:ETA Movements

Anno 2013 blijkt dat het eerder gesloten akkoord het in de praktijk niet overleefd heeft. Het laatste bericht is dat de Swatch Groep vanaf 31 december 2019 geen ETA uurwerk onderdelen meer hoeft te verkopen aan derden. Ze hebben toestemming gekregen om na een geleidelijke reductie geen horloge onderdelen meer te hoeven leveren aan hun concurrenten. Deze overeenkomst is het gevolg van het terugdraaien van een eerdere beslissing in juli 2013 van de Zwitserse concurrentie autoriteit, de Comco in het Frans en de Weko in het Duits.
De komende twee jaar zal Swatch nog maar 75% van het gemiddelde aantal onderdelen tussen 2009-2011 leveren, dan 65% in 2016 en 2017 en uiteindelijk 55% in 2018 en 2019.
In de overeenkomst is een clausule opgenomen om de ‘kwetsbare’ gevallen te beschermen, fabriekjes waarvoor een totale stop fataal zou kunnen zijn. Bovendien zal de afspraak aangepast kunnen worden indien de marktcondities anders wijzigen.

Alternatieven voor het ETA uurwerk

Nadat de levering van de ETA uurwerken aan afnemers buiten de Swatch Groep volledig is opgedroogd zijn er voor deze horloge fabrikanten twee opties:
– Het ontwikkelen van een volledig eigen uurwerk waardoor zij een echte ‘manufacture’ worden. Op termijn is dit een goedkopere optie dan het blijven afnemen van Ebauches (bijvoorbeeld Hublot heeft een tijd lang gebruik gemaakt van het Sellita SW300 uurwerk maar is mede om financiële redenen het eigen UNICO uurwerk gaan ontwikkelen)
– Het inkopen van Ebauches van andere fabrikanten dan ETA

Voor we gaan kijken naar een aantal alternatieve fabrikanten van uurwerken buiten de Swatch Groep, eerst nog een algemene opmerking bij dit verhaal.
Op dit moment is het zo dat veruit de meeste horloge fabrikanten die ETA als uurwerk gebruiken dit vermelden bij de technische gegevens, ofwel dat ze een onveranderd ETA uurwerk gebruiken ofwel dat ze spreken van een eigen uurwerk met als basis een ETA. Echter, de fabrikanten van horloges die niet-ETA uurwerken gebruiken zijn er terughoudender in over wat nu precies het kloppend hart vormt van het horloge. De reden hiervoor moet zijn, daar waar ETA een bepaalde standaard is, dat de verschillen tussen de alternatieve uurwerk fabrikanten veel groter zijn en daarmee is het gebruikte uurwerk concurrentie gevoelige informatie.

Hieronder volgt, in willekeurige volgorde, een aantal fabrikanten van uurwerken die alternatieven bieden voor het gevierde ETA uurwerk:

– Ronda
– Sellita
– Soprod
– Technotime
– Dubois-Depraz
– Miyota (Citizen)
– La Joux-Perret (Citizen)


eta:ronda wp
eta:Ronda RCH_kompetenz

Het bedrijf Ronda heeft zijn wortels in de regio van Basel. Het is in 1946 opgericht door William Mosset in de Waldenburg Vallei en heeft nu zijn hoofdkantoor in Lausen.
Ronda fabriceert alleen maar quartz uurwerken, zowel voor het eigen merk Ronda als voor een breed scala aan andere horlogemerken. Zij kunnen gevonden worden in klassieke en sportieve horloges, horloges van modemerken maar tevens in exclusievere horloges in het luxe segment.
Heden ten dage heeft de Ronda Groep vijf dochterbedrijven: twee productiefaciliteiten in zuid Zwitserland, een in de Jura regio in west Zwitserland, een fabriek in Thailand en een sales kantoor in Hong Kong. In totaal werken er meer dan 1.800 mensen voor de Ronda Groep.

Een aantal merken die Ronda uurwerken gebruiken zijn Cimier, Concord en Tag Heuer (Formula 1, Golf Watch, Aquaracer Grand Date).



Opgericht in 1950 startte Sellita in La Chaux-de-Fonds met het assembleren van ETA uurwerken. Toen duidelijk werd dat ETA niet meer ging leveren aan merken buiten de Swatch Groep begon Sellita met het fabriceren van klonen van ETA uurwerken; dit was mogelijk omdat de patenten verlopen waren.
De SW-200 is gebaseerd op de ETA 2824-2, de SW-300 op de 2892 en de SW-500 op de Valjoux ETA 7750. Sellita maakt aanpassingen aan de uurwerken zoals het toevoegen van extra robijnen en is in staat om de wensen van klanten in uurwerken te vertalen.

Horlogemerken die Sellita gebruiken: Oris, Baume & Mercier, Bell & Ross, Doxa, Tag Heuer (aantal Calibre 5 modellen, w.o. Aquaracer 500m)


Calibre SOP A10-2

Calibre SOP A10-2

eta:SOP tekening

Soprod SA Les Reussilles is in 1966 opgericht in Tramelan, een dorp in de Jura regio met een rijke horlogemaker’s traditie.
Anno 2014 is Soprod in staat om meerdere horloge onderdelen zelf te produceren, om vervolgens uurwerken en mechanische complicaties te bouwen. Hiernaast zijn zij actief in R & D en de ‘customization’ van hun producten.

eta:Generique SOP A10-2

Horlogemerken die Soprod gebruiken: Hautlence, Aegir, Ball, OWC, Bremont, Stowa, Schofield, Louis Moinet, Sarpaneva, Nivrel, Perrelet

Technotime SA

Tourbillon Movement TT 791

Tourbillon Movement TT 791

Technotime SA is in 2001 opgericht in Brenets in het hart van de horloge industrie. Bij de start van het bedrijf maakten ze alleen quartz uurwerken maar reeds twee jaar later werd er overgeschakeld naar mechanisch. Om de kwaliteit, betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van hun uurwerken te optimaliseren werd in 2010 de eerste COSC certificatie aangevraagd.

eta:TT cosc2010

In het begin was Technotime in staat een groot deel van de onderdelen voor de uurwerken zelf te maken maar door zo georganiseerd te zijn werd al snel duidelijk dat de kosten en het behouden van de hoogste standaard remmende factoren waren. Deze vaststelling gecombineerd met de economische crisis leidde er toe dat Technotime de verticale organisatie opgaf. Het was de hoogste tijd om een netwerk van toeleveranciers op de verschillende gebieden op te bouwen. Als voorbeeld, Mercier SA deed een deel van de assemblage van twee uurwerken (TT 738 en TT 718).
Tegenwoordig maakt Technotime de volgende uurwerken:

– Handopwinders en automatische uurwerken
– Tourbillon uurwerken
– Big date en Dual-Time modules, Power Reserve indicatoren, retrograde datum

Alle uurwerken hebben een basis opbouw met een Twin Mainspring Barrel wat een optimaal koppel geeft voor complicaties. Technotime maakt zelfs een uurwerk met een gangreserve van 5 dagen.
Voor iedere klant kan het uurwerk zowel mechanisch als decoratief aangepast worden waardoor ook de ‘high-end’ bekende horlogemerken dit uurwerk kunnen gebruiken. Wat echt bijzonder is is dat Technotime behoord tot de ‘closed club’ van Zwitserse balansveer fabrikanten waardoor alle uurwerken een ‘in house’ balansveer hebben.

Horlogemerken die een Technotime uurwerk gebruiken: Blacksand, Ebel, Louis Erard, Edox, Hanowa, Andersen Genève, Maurice Lacroix and Yeslam.


eta:ISA uurwerk2
eta:ISA uurwerk3

ISASWISS begon met het maken van uurwerken in de 1950s onder de naam FABRIQUE D’EBAUCHES de SONCEBOZ en zij produceerden mechanische uurwerken. In 1980 sloeg de FABRIQUE de weg in van de quartz horloges die op dat moment duidelijk de trend aanvoerden. Een aantal jaren later werd er zelfs volledig gestopt met het maken van mechanische uurwerken.
Na de overname van enkele productie faciliteiten ontstond de ISA GROUP die zich voornamelijk ontwikkelde in de richting van quartz uurwerken 6 3/4 die in grote oplages verkocht werden. In 2006 besloot ISASWISS te stoppen met de productie van deze ‘economische’ uurwerken. De groep kreeg de naam ISASWISS WATCH MECHANISMS en ISASWISS begon zich te richten op de productie van meer gecompliceerde quartz uurwerken met een hogere toegevoegde waarde en met mogelijkheden om deze aan de wens van de klant aan te passen.
De drie vestigingen van ISASWISS zijn achtereenvolgens:
– ISASWISS SA in Les Brenets (Zw)
– ISA FRANCE SAS in Villers-Le-Lac
– ISASWISS LTD in Hong Kong

eta:ISA pdf8171-201

Horlogemerken die ISASWISS gebruiken: Andre le Marquand, Caterpillar, Concord, Corum, Emile Pequignet, Fendi, Lacher, Movado, Paco Rabanne, Roamer, Rodolphe, Swiza

Dubois Depraz

In 1901 richt Marcel Depraz zijn eigen bedrijf op met de illustere naam: ‘Marcel Depraz, Societe individuelle, fabrication et posage de mechanismes en tous genres’.
Reeds een aantal maanden later wint hij zijn eerste gouden medaille bij de ‘Exposition cantonale vaudoise’. Ongeveer tien jaar later, al die jaren heeft hij zich bezig gehouden met het vereenvoudigen van uurwerken en met chronografen, besluit hij een geheel eigen kaliber te gaan maken en zo ontstaat een tweede bedrijf. Met zijn zoon Roger en schoonzoon Reynold Dubois bedenkt en bouwt hij een nieuw chronograaf kaliber met een simpeler functie; dit kaliber zal tot 1970 in productie blijven en er zullen er meer dan 3.500.000 van geproduceerd worden.
In 1956 zet Gerald Dubois, kleinzoon van de oprichter, het technische gedeelte van het bedrijf op. De eerste vinding van deze tak van het bedrijf een automatische chronograaf waarbij de rotor decentraal is bevestigd. De chronograaf is modulair opgebouwd en in 1967 wordt hier een belangrijk patent voor aangevraagd. Het patent wordt toegewezen en bovendien ontvangt de vinding op de ‘Salon des Inventeurs’ in Brussel een medaille. De bekendheid van Dubois Depraz neemt steeds verder toe, er volgen nog drie patenten en in 1968 neemt Dubois Depraz zijn huidige naam aan; ze sluiten zich aan bij de ‘Federation horlogere Suisse’.

Heuer Autavia met Buren uurwerk en Dubois Depraz chronograaf module

Heuer Autavia met Buren uurwerk en Dubois Depraz chronograaf module

Twee jaar later presenteert het merk de eerste elektronische chronograaf met analoge tijdweergave ter wereld. Eveneens wordt een chronograaf ontwikkeld voor de luchtvaart en de auto industrie waarbij sprake is van analoge, mechanische en quartz aflezing. In rap tempo worden uurwerken ontwikkeld met steeds complexere functies en uiteindelijk ontstaat een kaliber met 17 functies voor een polshorloge.
In 1987 treedt Jean-Philippe Dubois, vierde generatie, toe tot het bedrijf en in 1993 wordt hij gevolgd door zijn broer Pascal Dubois. Het is fraai om te zien dat anno 2014 Dubois Depraz nog steeds een echt familiebedrijf is.

Pierre DeRoche horloge met Dubois Depraz uurwerk

Pierre DeRoche horloge met Dubois Depraz uurwerk

Vandaag de dag worden de volgende producten verkocht:

– Automatische chronografen in meerdere versies, al dan niet met eeuwige kalender
– 5 Minuten repetitie horloges, extra plat, met uren, kwartieren en minuten repetitie, wel of geen eeuwige kalender
– Zeer gecompliceerde zak- en polshorloges
– Ongeveer 15 horloges met een simpele of eeuwige kalender met maanstand
– Horloges die tijdzones, getijden en waterhoogte, maan en astronomische bewegingen aanduiden

Er werken ongeveer 150 mensen bij Dubois Depraz, de manufactuur is nog steeds volledig onafhankelijk en ze zijn een van de leiders op het gebied van het ontwikkelen en fabriceren van complexe uurwerken.

Dit modulaire chronograaf kaliber was de uitkomst van de samenwerking tussen Heuer, Breitling, Buren en Dubois Depraz in de 1960s

Dit modulaire chronograaf kaliber was de uitkomst van de samenwerking tussen Heuer, Breitling, Buren en Dubois Depraz in de 1960s

Horlogemerken die Dubois Depraz gebruiken: Audemars Piguet (module voor de Royal Oak Offshore), Tag Heuer, Zodiac, Breitling, Omega, Jaeger-LeCoultre, Rolex, Patek Philippe, Invicta en Pierre DeRoche

Citizen Holdings Co., Ltd.

Op 28 mei 1930 werd de Citizen Watch Co., Ltd. opgericht met Yosaburo Nakajima als de CEO. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de geschiedenis van Citizen:

Year Month Event
1918 3 Shokosha Watch Research Institute established, the forerunner of Citizen Watch Co., Ltd.
1924 12 First pocket watch completed.
1930 5 Citizen Watch Co., Ltd. established. Yosaburo Nakajima appointed president.
1931 6 First wrist watch completed.
1936 5 Tanashi Factory constructed.
1941 7 Production of machine tools begins.
1945 10 Shinji Nakajima appointed president.
1946 3 Eiichi Yamada appointed president.
1949 6 Citizen Trading Co., Ltd. established.
1952 3 First Japanese-made watch with a calendar introduced.
1953 3 Rhythm Watch Co., Ltd. becomes an affiliate.
1955 12 Export of wrist watches begun.
1960 3 Import-export agreement concluded with the U.S. Bulova Watch Co.
Technical assistance agreement with India.
1964 8 Technology research laboratory established.
12 Citizen Business Machines established.
1965 3 Production of business machines begun. (Adding machines, camera shutters)
10 Office opened in former West Germany, start of full-fledged exports to Europe.
1966 3 First Japanese-made electronic watch “X-8” introduced.
1970 3 CNC automated lathe “Cincom” developed.
1971 6 Precision Machinery Division established.
1976 3 Production of quartz oscillators begun.
1978 2 Head Office moved to Shinjuku Mitsui Bldg. in Tokyo.
1980 6 Industry’s first microcomputer controlled line impact printer introduced.
1981 6 Rokuya Yamazaki appointed president.
10 Systems and Peripherals Division established.
1982 9 Special Sales Division established, full-fledged sales of watch components started.
1983 3 Chip LED lamp CL Series developed.
5 IC sensor electronic thermometer introduced.
1987 6 Michio Nakajima appointed president.
1990 1 Citizen of the Year annual award established.
1992 2 Acquired German machine tool company, Boley GmbH.
1993 5 World’s first multizone “Radio-Controlled Watch” introduced.
1996 4 Solar-powered Eco-Drive received the Eco Mark the first for a watch.
1997 6 Hiroshi Haruta appointed president.
2001 3 Head Office moved to Nishi-Tokyo.
2002 3 Sales of white LED as a backlight for color LCDs started.
6 Makoto Umehara appointed president.
2003 6 World’s first full metal case radio-controlled watch with built-in antenna introduced.
2004 1 Implemented Citizen Code of Conduct.
10 Merged with Citizen Trading Co., Ltd.
2005 4 Citizen Systems Japan Co., Ltd. established.
10 Five consolidated companies (Citizen Electronics, Miyota, Cimeo Precision, Sayama Precision Industries, Kawaguchiko Precision) become wholly owned subsidiaries. Names of Citizen Group companies changed.
2007 4 Company name changed to Citizen Holdings Co., Ltd.
2008 4 Mitsuyuki Kanamori appointed president.
7 Citizen Miyota Co., Ltd. and Citizen Finetech Co., Ltd. merge.
Citizen Finetech Miyota Co.,Ltd. established.
10 Miyano Machinery Inc. becomes a consolidated subsidiary.
2011 4 Citizen Machinery Co.,Ltd. and Miyano machinery Inc. merge.
Citizen Machinery Miyano Co., Ltd. estabilished.
2012 4 Toshio Tokura appointed president.INVESTORS MENU START

Onderdeel van de Citizen Groep is uurwerk maker Miyota dat zowel binnen de groep als aan derde partijen quartz en mechanische uurwerken levert.
De mechanische Miyota uurwerken behoren tot de middenklasse wat b.v. blijkt uit de gangafwijking die zich tussen de -20 en +40 seconden bevindt. Bovendien is het zo dat Miyota uurwerken nog wel eens zo gebouwd zijn dat ze eigenlijk niet te servicen zijn, dit voornamelijk door de positie van de brug; daarbij komt nog de lage prijs dus veel uurwerken worden na een paar jaar domweg vervangen.

Invicta 8926 met Miyota kaliber 8215

Invicta 8926 met Miyota kaliber 8215

eta:Invicta 8926 433px-Miyota8215_close

Een aantal horlogemerken die Miyota gebruiken: Bulova, Camel, Citizen, Dugena, Festina, Invicta, Jacques Lemans, Lip, Laco (allemaal Miyota 8215), Sevenfriday (varianten van Miyota 82xx).

Vlak voor BaselWorld 2012 verraste Citizen de hele Zwitserse horloge industrie door Manufacture La Joux-Perret over te nemen. Meer exact, ze hadden Prothor overgenomen het overkoepelende bedrijf dat, naast La Joux-Perret (fabrikant van uurwerken en modules), bestond uit componenten maker Prototec en het ‘high-end’ horlogemerk Arnold & Son. De overnameprijs was 64 miljoen Zwitserse Franken voor een bedrijf met een jaaromzet van 40 miljoen en met 150 mensen in dienst.
Je hoeft maar te kijken naar de klantenlijst van La Joux-Perret om in te zien hoe belangrijk deze overname is:
Baume & Mercier, Raymond Weil, Louis Vuitton, Concord, Corum, Hublot, Montblanc, Eberhard & Co., Panerai, Graham, Franck Muller, Paul Picot, Girard-Perregaux, Carl F. Bucherer, en Jaquet Droz, naast vele anderen.

De volgende link geeft een interview weer met Frederic Wenger, directeur van La Joux-Perret, over de overname door Citizen:

Interview met Frederic Wenger over de overname van La Joux-Perret door Citizen

Een verdere analyse van de overname leveren een aantal interessante feiten op.
In zijn algemeenheid zijn Japanse horlogefabrikanten erg geïnteresseerd in het op de markt brengen van ebauches in Europa.
Seiko Instruments Inc (SII) leverde eerder al het kaliber 4L via Soprod. Officieel ontkende Seiko dit, maar via Seiko Corp is naar buiten gekomen dat het kaliber Soprod A10 (‘A’ staat voor ‘Altanus’ dat alternatief betekent) is gebaseerd op het Seiko kaliber 4L.
Reeds voor de overname had Citizen goede ervaringen met de handel in ebauches. Citizen in een van de grootste leveranciers van quartz uurwerken. Daarnaast exporteren zij Miyota automatische uurwerken naar China en Duitsland. Voor Citizen is de verkoop van ebauches belangrijker geworden dan deze van complete horloges en het enige dat nog ontbrak was een ‘high-end’ uurwerk fabrikant. Met de aankoop van La Joux-Perret heeft Citizen op dit gebied een perfecte slag geslagen.
Over de overname van La Joux-Perret heeft Citizen ondermeer het volgende gezegd:
“[The] shareholders wanted to sell LJP and offered [the firm to] some companies including Richemont and Citizen, maybe LVMH also. But Citizen won.”

Ter afsluiting nog enkele woorden over deze zeer opmerkelijke transactie. Er worden drie punten genoemd waarom Citizen interesse had in deze acquisitie:
– De Yen staat erg sterk
– Citizen had Bulova reeds voor het middensegment horloges
– Citizen heeft een van de grootste fabrieken van balansveren in Tokyo

De verwachting is dat Bulova binnenkort interessante uurwerken van La Joux-Perret zullen hebben als drijvende kracht en dat Citizen de in Tokyo gemaakte balansveren zal gaan aanbieden via La Joux-Perret.

Voor het schrijven van dit artikel heb ik contact opgenomen met Citizen Nederland om te vragen wat de plannen met La Joux-Perret zijn. Het doorsturen van mijn vraag naar de Citizen Corp. in Japan leverde het volgende document op:

eta:LJP persbericht Citizen

Het antwoord op mijn mail rechtstreeks aan het hoofdkantoor in Japan leverde ook geen nieuwe informatie op. Een van mijn vragen was bijvoorbeeld of het merk Citizen ook La Joux-Perret uurwerken zal gaan gebruiken. Helaas is het nog strikt geheim wat voor prachtigs en interessants er geboren zal worden uit de mix van de Japanse en Zwitserse horlogecultuur.


De in dit artikel besproken lijst van uurwerk fabrikanten is beslist niet exhaustief, er zijn er nog vele anderen, maar dit zijn wel de meest interessante. Aangezien er nog steeds veel horlogefabrikanten zijn die ETA/Valjoux als uurwerk gebruiken zal het zeer boeiend zijn de komende jaren om te zien of zij naar een andere fabrikant zullen overstappen of dat zij zullen besluiten om zelf een uurwerk te gaan maken.

Jaap Bakker

januari 15th