• Welkom op 'planet Rolex' en haar bewoners

F1 Ferrari’s 312T4 en 126C2: vreugde en drama op Zolder
Door: admin

FeF1:Ferrari125

Afb.: 1950 Ferrari 125

FeF1:F138

Afb.: 2013 Ferrari F138

Ferrari is het enige merk dat sinds de start van de F1 in 1950 onafgebroken heeft deelgenomen aan deze competitie. In 1951 bezorgde de onlangs overleden Froilan Gonzalez de Scuderia Ferrari de eerste overwinning in de Britse Grand Prix.

FeF1:Zolder

Afb.: plattegrond van het circuit van Zolder in België

In 1979 en 1982 vonden per toeval op het circuit van Zolder de twee uitersten van de Formule 1 plaats, grote vreugde en immens verdriet. De auto’s waren respectievelijk de 312 T4 en de 126 C2, de coureurs Jody Scheckter en Gilles Villeneuve.

GRAND PRIX van BELGIE 1979

– Jody David Scheckter (29 januari 1950 in East London, Zuid-Afrika) reed in het seizoen van 1979 samen met Gilles Villeneuve voor Ferrari in de Formule 1.

FeF1:JS:Monza79
FeF1:JScockpit
FeF1:JSpasfoto

Scheckter debuteerde in de Formule 1 in 1972 op het circuit van Watkins Glen in een McLaren. Hij reed zelfs op de derde plaats maar spinde toen en eindigde als negende. Zijn derde race, in Frankrijk, won hij bijna voordat hij een crash had met Emerson Fittipaldi, de regerend wereldkampioen. Deze zei na afloop van de race:”This madman is a menace to himself and everybody else and does not belong in Formula 1.”
In zijn volgende race, de Britse Grand Prix op Silverstone, was Scheckter betrokken bij een grote crash waarbij meer dan 10 auto’s uitvielen. De Grand Prix Drivers Association eiste dat hij direct verwijderd zou worden maar uiteindelijk gingen ze akkoord met het voorstel van McLaren dat hij 4 races niet zou starten.
In de training voor de Amerikaanse Grand Prix op Watkins Glen in 1973 crashte de Fransman Francois Cevert in zijn Tyrrell en Scheckter reed op dat moment achter hem. Scheckter rende uit zijn McLaren naar het wrak van Cevert en trachtte hem uit de auto te krijgen. De Fransman was echter doormidden gesneden door een slecht geïnstalleerde Armco barrière en direct overleden. Het ongeluk maakte diepe indruk op Scheckter en zorgde ervoor dat hij zich achter het stuur veel volwassener gedroeg en dat hij geen onverantwoordelijke acties meer ondernam.
Via Tyrrell (dat in 1976 de meest radicale auto uit de F1 geschiedenis introduceerde, de P34 met zes wielen) en Wolf, kwam Scheckter in 1979 bij Ferrari terecht om samen met Gilles Villeneuve in de 312T4 te gaan strijden om het wereldkampioenschap.

– De 312T4 was de auto waarmee Ferrari zich had ingeschreven voor het seizoen van 1979 in de Formule 1.

FeF1:312-T4cockpit
FeF1:312-T4motor
RoF1:312-T4_1
RoF1:312-T4_3

De 312T4 was een doorontwikkelde versie van de 312T waarvan de ontwikkeling startte in 1974. Mauro Forghieri was in die tijd verantwoordelijk voor alle Ferrari F1 auto’s. Hij besefte dat het 312B3 chassis niet meer voldeed en dat het tijd was om radicaal in een andere richting te gaan denken.
De 312T had een stalen buizenframe bedekt met aluminium panelen zoals gangbaar was in de F1. Er waren echter vele nieuwe ontwerp details aangebracht en de meest interessante hiervan was de dwarsgeplaatste versnellingsbak, de ‘T’ in de naam van de auto stond voor ‘Trasversale’. Op deze manier kon de versnellingsbak geplaatst worden voor de achteras wat gunstig was voor het zwaartepunt van de auto. De wielophanging was ook geheel veranderd ten opzichte van de 312B3 en de voorkant van het chassis was veel smaller. Het rijgedrag van de 312T was neutraal, hij had niet te kampen met het persisterende onderstuur van de 312B3. Na het seizoen van 1974 maakte Niki Lauda vele testkilometers in de 312T.
De belangrijkste ontwikkeling voor het seizoen van 1979 was dat Forghieri zich realiseerde dat hij, in navolging van Lotus, een grond effect auto moest ontwerpen. De monocoque van de 312T4 was ontworpen om zo smal mogelijk te zijn, dit kwam het grond effect zoveel mogelijk ten goede, maar het geheel werd beperkt door de breedte van de platte 12 cilinder motor. Het vermogen van de auto bedroeg ongeveer 515 pk.

FeF1:Zolder-1979-05-13poster

Afb.: poster voor de Grand Prix van België in 1979

– De Grand Prix van België in 1979 werd op het circuit van Zolder verreden op zondag 13 mei. De training werd, geheel volgens verwachting, gedomineerd door de twee Ligier’s van Jacques Laffite en Patrick Depailler. De Ferrari’s van Villeneuve en Scheckter stonden respectievelijk op positie 6 en 7.

FeF1:Zolder-1979-05-13deelnemers

Afb.: de deelnemerslijst van de Belgische Grand Prix in 1979

Bij de start pakte Depailler de leiding met Alan Jones, die Nelson Piquet had ingehaald, tweede. Achter Piquet lag Lafitte en vijfde was Clay Regazzoni in de Williams. In de 2e ronde raakten zowel Scheckter als Villeneuve (moest de pits in voor een nieuwe neusvleugel) de auto van Regazzoni maar beide bleven in de race. Vanaf dat moment begon Scheckter aan een gestage opmars. Binnen korte tijd haalde hij Andretti en Piquet in. In ronde 47 reed Depailler op kop maar hij schoof door onderstuur de baan af de vangrails in. Lafitte had hierdoor weer de leiding maar Scheckter op de 2e plaats naderde met rasse schreden en in ronde 54 pakte Scheckter definitief de leiding om na 70 rondes als winnaar afgevlagd te worden. Villeneuve was in de 69e ronde uitgevallen met een lege tank.
Jody Scheckter werd wereldkampioen F1 in het jaar 1979.

FeF1:JS:finishGP B

Afb.: Jody Scheckter die in de Ferrari 312T4 wordt afgevlagd als winnaar van de Grand Prix van België in 1979

GRAND PRIX van BELGIE 1982

– Joseph Gilles Henri Villeneuve (18 januari 1950 in Saint-Jean-sur-Richelieu, Quebec, Canada – 8 mei 1982 in Leuven, België) reed in het F1 seizoen 1982 in de Ferrari 126C2 samen met teamgenoot Didier Pironi.

FeF1:GV:EnzoF
FeF1:GV:Imolapit79
FeF1:GV:pasfoto+helm
FeF1:GVcockpit
FeF1:GVpasfoto

Gilles Villeneuve debuteerde in de F1 in 1977 bij de Britse Grand Prix waar hij zich als 9e kwalificeerde in Mclaren’s oude M23. De Britse pers was direct enthousiast over Villeneuve zoals bleek het commentaar van John Blunsden in The Times:”Anyone seeking a future World Champion need look no further than this quietly assured young man.”
Ondanks deze flitsende start wilde McLaren niet verder met Villeneuve (“was looking as though he might be a bit expensive”) en was hij in onzekerheid over het volgende seizoen.
De Canadees Walter Wolf, voor wie Villeneuve in de Can-Am had gereden, overwoog hem een stoeltje te geven bij Wolf Racing maar veel belangrijker was dat Wolf hem had aangeraden bij Enzo Ferrari. In augustus 1977 vloog Villeneuve naar Italië om Ferrari te ontmoeten. Villeneuve deed Enzo Ferrari direct denken aan de vooroorlogse Europese kampioen Tazio Nuvolari en Ferrari zei daarover het volgende:”When they presented me with this ‘piccolo canadese’, this minuscule bundle of nerves, I immediately recognised in him the physique of Nuvolari and said to myself, let’s give him a try.”
De start van Villeneuve bij Ferrari verliep niet rimpelloos. Bij de testritten op Fiorano maakte hij relatief veel fouten en in de Grand Prix van Japan in 1977 had hij een aanrijding met Ronnie Peterson waarbij een toeschouwer en een marshall omkwamen en tien toeschouwers gewond raakten. Overigens trof Villeneuve hierbij geen blaam.
Het seizoen van 1978 startte voor Villeneuve moeizaam waarbij hij vooral problemen had met de Michelin banden. Gaandeweg het jaar ging het echter steeds beter en Villeneuve wist de laatste Grand Prix van het seizoen, nota bene deze van Canada, te winnen. Tot op dit moment is hij de enige Canadees die zijn thuisrace wist te winnen.
In 1979 maakte de Ferrari 312T4 de dienst uit. Aan het einde van het seizoen was Villeneuve’s teamgenoot Jody Scheckter wereldkampioen F1 en Villeneuve was tweede geworden op slechts 4 punten achterstand. In de vrijdag training voor de laatste GP van het seizoen, deze van de USA, was het kletsnat en liet Villeneuve zien hoe getalenteerd hij was. Gedurende de hele sessie was hij consistent 9 tot 11 seconden sneller dan alle andere coureurs en Scheckter zei na afloop van de training dat hij domweg niet begreep hoe dit mogelijk was.
Het seizoen van 1980 was een complete ramp voor Ferrari. De 312T5 schoot ernstig tekort op het vlak van de down force en het ground effect en het hele team scoorde maar een paar punten.
Voor het jaar 1981 had Ferrari haar eerste F1 auto met een turbo motor ontwikkeld, de 126C. De motor was enorm sterk maar de auto werd geplaagd door een slechte wegligging. Villeneuve’s nieuwe teamgenoot was Didier Pironi.
Harvey Postlethwaite, die door Ferrari was ingehuurd om de 126C2 voor 1982 te gaan ontwikkelen, zei het volgende over de 126C:
“That car…had literally one quarter of the downforce that, say Williams or Brabham had. It had a power advantage over the Cosworths for sure, but it also had massive throttle lag at that time. In terms of sheer ability I think Gilles was on a different plane to the other drivers. To win those races, the 1981 GPs at Monaco and Jarama — on tight circuits — was quite out of this world. I know how bad that car was.”

– De auto waarmee Ferrari zich had ingeschreven voor het seizoen 1982 in de F1 was de 126C2.

FeF1:126c2circuit

FeF1:126c2:GVcockpit

FeF1:GV:C2chassis

FeF1:GV:C2motor

Dankzij Postlethwaite zagen de zaken er voor 1982 een stuk zonniger uit. De turbo motor was verder ontwikkeld en een stuk betrouwbaarder geworden. Het chassis was volledig nieuw, Ferrari’s eerste volledige monocoque chassis bestaande uit honeycomb aluminium panelen. Kleiner en ranker, had de 126C2 een veel beter weggedrag dan de 126C.
Gedurende het seizoen werd de auto verder ontwikkeld waarbij veranderingen aan de vleugels en het bodywork werden uitgeprobeerd en de motor verder werd opgevoerd; voor de training was 659 pk beschikbaar en voor de race ongeveer 600 pk. De voorwielophanging werd tijdens het seizoen veranderd van ‘rocker arm’ in een ‘pull-rod’ type dat meer gestroomlijnd was. De dwarsgeplaatste versnellingsbak werd vervangen door een smallere, longitudinale bak om ervoor te zorgen dat de luchtstroom onder de side pods ongestoord verliep zodat het grondeffect maximaal was.

– Op 8 mei 1982 was de training voor de Grand Prix van België op het circuit van Zolder.
Pironi had een tijd neergezet die 0.1 sec sneller was dan die van Villeneuve en recht gaf op de zesde plaats. Villeneuve was ook op de baan en door sommigen werd gezegd dat hij specifiek bezig was Pironi’s tijd te verbeteren. De race ingenieur van Ferrari, Mauro Forghieri, beweerde echter dat hij, weliswaar met een behoorlijke snelheid, op weg was naar de pits.
Met nog 8 minuten training te gaan kwam Villeneuve over de hobbel na de eerste chicane en naderde hij Jochen Mass die veel langzamer door Butte, de linkerbocht voor de dubbel rechtse Terlamenbocht, reed. Mass zag Villeneuve in zijn spiegels en ging naar rechts om de Canadees op de racelijn door te laten. Villeneuve ging op dat moment ook naar rechts en hij raakte de achterkant van de auto van Mass. Villeneuve werd gelanceerd met een snelheid van 200 tot 225 km/u en hij vloog meer dan 100 meter door de lucht voordat zijn auto zich met de neus de grond in boordde en verder uit elkaar viel door een salto beweging aan de kant van de baan. Villeneuve, die nog steeds in zijn stoeltje zat maar zijn helm verloren had, werd uiteindelijk nog 50 meter uit het wrak geworpen en belandde in het hekwerk van de Terlamenbocht.

FeF1:GV:crash

Een aantal coureurs parkeerden hun auto’s langs de kant en snelden naar de plaats van het ongeluk. John Watson en Derek Warwick bevrijdden Villeneuve, het gezicht blauw, uit het hekwerk. Binnen 35 seconden was de arts ter plekke die vaststelde dat Villeneuve niet ademde hoewel hij wel een pols had. Villeneuve werd geintubeerd en zo naar het medisch centrum op het circuit gebracht. Later werd hij per helikopter overgebracht naar het Universitaire Ziekenhuis St. Raphael in Leuven waar werd vastgesteld dat Villeneuve een fatale nekfractuur had opgelopen. Op de IC werd hij nog in leven gehouden om zijn vrouw de kans te geven afscheid te nemen. De artsen van het St. Raphael hadden nog specialisten van over de wereld geraadpleegd maar ’s avonds om 9.12 uur overleed Gilles Villeneuve.

FeF1:GV:stRaphael

Afb.: het zogenoemde ‘Kankerinstituut’ dat in 1928 in Leuven gesticht werd en wat de voorloper was van het latere UZ St. Raphael

Jaap Bakker

Geef een reactie

juli 10th

11:13
Ferrari