• Welkom op 'planet Rolex' en haar bewoners

Archive for Personen

Jacques Brauer: kunst in schaal 1/43
by admin

De Fransman Jacques Brauer maakt adembenemend mooie modellen van auto’s in de schaal 1/43. Door velen wordt hij beschouwd als de allerbeste op dit gebied. De volgende foto’s van zijn 1962 Ferrari 250 GTO spreken boekdelen:

JB 1962 250 GTO carrosserie rood buizenframe
JB 1962 250 GTO carrosserie rood kaal
JB 1962 250 GTO carrosserie rood volledig chassis
JB 1962 250 GTO carrosserie rood volledig
JB 1962 250 GTO Ecurie Franchorchamps

Brauer heeft sinds jonge leeftijd een passie voor schilderen en auto’s.

JB waterverfschilderijen
Waterverf schilderij, 1962 Ferrari 250 GTO, Jacques Brauer, 50cm x 65cm

JB olie op canvas Mercedes in Monaco 1937, 184cm x 148cm
Olie op canvas, Mercedes in Monaco 1937, Jacques Brauer, 184cm x 148cm

Brauer volgde zijn opleiding aan de School of Fine Arts in Reims en ontwikkelde zich tot een artiest met raceauto’s als zijn favoriete thema. Hij schilderde en tekende maar hij voelde zich beperkt in zijn creatieve opties doordat er een derde dimensie ontbrak waarmee hij zichzelf kon uitdrukken. Deze vaststelling leidde er op zijn 27e toe dat hij zich ging toeleggen op het maken van miniatuur auto’s.
Als onderdeel van dit artikel heb ik Jacques Brauer een aantal vragen gesteld over zijn achtergrond en zijn werk. Hier volgen de vragen en de antwoorden die Brauer hierop gegeven heeft:

– What role did cars and drawing/painting play in your youth? Do you come from a creative family or were you an exception?
– I read that you missed a third dimension in drawing/painting. Did you immediately know that you wanted to build miniature cars or were there other options as well?
– Have you ever considered building watches like your friend Laurent Ferrier?
– Did you teach yourself what materials and techniques you need to build your cars or did you also get some sort of training?
– What is the most exceptional miniature car that you have ever built? Do you have a favourite model?
– What is your favourite 1/1 car?
– What kind of work would you be doing if you weren’t building model cars?

– I have been concern by race cars as long as can remember… very young boy, I receive a special price
for race cars drawings when 5 years old…
I am from a musician family ( mother) and industry( father). Nothing especially creativ but truly inspired
with life and things aound.

-I have started with fine art painting in the early 70’s, essentially race cars and old sports cars subject.
I decide to explore “little cars” at the end of the 70’s, starting with a Ferrari GTO, based on a kit ( metal)
but the model as proposed was definitely not enought for me, then, I start to open doors and other
parts and have to study an engine and engine bay details.
From the beginning I have been facinated by “little cars” the following story is just “how to do it as close
as possible to the real thing” including materials, like wood, leather, textile and so on.
-I have study technical approach and tools and materials myself… no school… .
My favorite car… a lot, but the Aston DB2/4 mk3 is probably the one ( vantage spec.)

– I never expect doing another job, and will do it as long as possible! ( all my life time).

Hope the reply is right for you!

Kind regards,

Jacques

PS watch making is a specific job who need to learn the right skill, too difficult for me!

JB Ferrari 330 GT 2 + 2
1967 Ferrari 330 GTC

Een goede illustratie van de werkwijze van Brauer is het productieproces van een houten Nardi stuurwiel voor zijn modellen.

JB 62 GTO straat los stuurwiel en koperen stuurinrichting
JB houten stuur Nardi
Een houten Nardi stuur

Om een dergelijk stuurwiel te maken gebruikt hij een stuk perenhout en een zelfgemaakt instrument (een oude vijl die hij vlijmscherp heeft gemaakt). Hij heeft dan een speciale lijm die aangebracht wordt door middel van infiltratie zodat de houtvezels verzadigd raken met de lijm; dit voorkomt dat het hout breekt als het bewerkt wordt.

JB onderdelen houten stuur
De onderdelen voor een houten stuurwiel

Volgende stap is het uitsnijden van een kleine cirkel met zijn speciale vijl en het perfect rond maken gebeurt vervolgens met schuurpapier. Voor het centrum van het stuurwiel prepareert hij een stuk nikkel zilver dat aan de houten ring bevestigd wordt.

De rest van de 1/43 auto wordt met hetzelfde extreme oog voor detail opgebouwd.
Voor logo’s en de kleine letters van de automerken gebruikt Brauer photo-cutouts die hij systematisch oppoetst met een afslijtingswiel van vilt. Dit is zeer nauwgezet werk aangezien de onderdelen niet meer dan ongeveer 0,15mm dik zijn.
De artiest is er in geslaagd om alle onderdelen van de 1/1 auto te reproduceren in 1/43. De motorkap, deuren en kofferklep kunnen open en de motor is in alle aspecten een perfecte kopie; luchtfilters, bougies, oliefilters, alles is aanwezig. Het chassis en het frame zijn gemaakt van koperdraad, aan elkaar bevestigd met een soldeerbout.

Het interessante van de modellen van Brauer is dat er bij bepaalde aspecten van het schaalmodel een duidelijke, technische link is met het maken van horloges.

JB onderdelen California Spyder

Deze link is met name terug te vinden in bijvoorbeeld de productie van functionele onderdelen van de wielophanging, de stuurinrichting (met het stuurwiel draaien de voorwielen) en de complexe constructie van de deursloten.

JB deurslot
Onderdelen van een deurslot

jb Laurent Ferrier Classic
Laurent Ferrier Galet Classic (tourbillon)

Horlogefabrikant Laurent Ferrier en Jacques Brauer hebben elkaar voor het eerst ontmoet in de begin jaren tachtig toen zij beide betrokken waren bij de autoracerij. Sindsdien heeft Laurent altijd nauw contact gehouden met Brauer.
Laurent beschouwt het werk van de beeldhouwer/miniaturist als nauw verwant met zijn eigen werk methodes, zowel qua design als in het scheppingsproces van een bepaald object. Ze delen dezelfde benadering van een nieuw project waarbij Brauer de benodigde prototypes, soms in was, creëert op precies dezelfde wijze als waarop Laurent Ferrier dit doet voor zijn nieuwe modellen.
Laurent Ferrier zegt hier het volgende over:

“That is in fact the aspect that is most like my profession. It is a kind of horology, more artistic but in many way similar. It’s another form of gentle madness.”

Een andere overeenkomst tussen Laurent Ferrier en Jacques Brauer is dat ze maatwerk leveren voor de klant en dat levert de nodige one-off modellen op. Brauer bouwt ook modellen voor verzamelaars die van hun 1/1 exemplaar een model willen hebben. Soms moet hij een dergelijk model repareren omdat de verzamelaar er mee gespeeld heeft!
Het kost Brauer tussen de 8 en 12 maanden om een model te bouwen. Het aantal bouwuren, afhankelijk van de mate van detaillering, is tussen 300 en 700. De ontwikkeling van de eerste prototypes kost hem enkele honderden uren.

JB tekening model
Aantekeningen en schetsen prototype

Iedere stap van het bouwproces wordt gefotografeerd om de klant de vorderingen te kunnen laten zien en eveneens om de onderdelen die bij het voltooide model niet meer zichtbaar zijn, te tonen. Deze mate van toewijding is een van de redenen waarom Laurent Ferrier zo betrokken is bij het werk van Brauer.

Ter afsluiting nog enkele foto’s van de geniale Jacques Brauer en de kunstwerken die hij creëert:

JB 54 375 MM
JB 62 GTO race straat
JB 70 365 GT 2 + 2
JB beginfase 62 GTO
JB body California Spyder kaal
JB California Spyder met hardtop
JB diverse modellen
JB in atelier
JB interieur California Spyder
JB onderdelen 64 Ferrari 250 GTO
JB 62 GTO straat carrosserie chassis kaal

Cornelis Drebbel: de tovenaar van de 17e eeuw
by admin

CORNELIS DREBBEL (1572-1633)

300px-Drebbel-Cornelis-stamp
Duikboot Cornelis Drebbel
perpetuum_walters_small

Cornelis Drebbel werd in 1572 geboren in Alkmaar, in een gegoede familie van landeigenaren. Drebbel’s opleiding was elementair, pas later in zijn leven leerde hij Latijn, maar hij leerde een heleboel van Hendrick Goltzius, beroemd om zijn gravures maar ook bekwaam in de scheikunde. Drebbel trok als assistent in bij Goltzius in Haarlem en trouwde later een jongere zus van Goltzius. Reeds in 1598 ontving Drebbel een patent voor een pomp en een klok met ‘perpetual motion’.
Van 1605 tot 1610 verbleef Drebbel in Londen aan het hof van James I. Hier leefde Drebbel zich helemaal uit als uitvinder, zo was hij in 1608 en 1609 bezig met het verbeteren van een magische lantaarn en een klavichord. Zijn roem begon zich over heel Europa te verspreiden en er volgde een periode van 3 jaar in Bohemen.

Onder de vleugels van heerser Rudolf II in Praag ging Drebbel voornamelijk verder met zijn perpetuum mobile, alchemie en het maken van goudlegeringen voor de Duitse Munt. De periode in Praag werd afgesloten met een hoop tumult en Drebbel werd zelfs gevangen genomen.

Na zijn vrijlating vluchtte Drebbel terug naar Londen waar hij tot zijn overlijden in 1633 zou blijven. Zijn eerste punt van focus was het bouwen van een duikboot maar, zoals blijkt uit zijn bezoek aan Middelburg in 1620, hij was ook geïnteresseerd in optische instrumenten. In 1621 bezocht Constantijn Huygens (1596-1687) Londen en in de periode van 23 januari tot 30 april ontmoette hij Drebbel een aantal malen vluchtig. Huygens zegt hier het volgende over: “I saw Drebbel also for a short time. In appearance he is a Dutch farmer, but his learned talk is reminiscent of the sages of Samos and Sicily. I wished to profit by your company for a longer time, great grey
beard, but the brevity of the time stood in my way, and against my will you are postponed for a another year.”
In de periode van 1626 tot 1629 werkte Drebbel voor de Britse marine, in de eerste plaats vanwege zijn duikboot maar tevens omwille van de watermijnen die hij construeerde. Helaas eindigde zijn periode bij de marine met een meningsverschil over de waarde van zijn uitvindingen.
De laatste vier jaar van zijn leven was hij brouwer en eigenaar van een ‘inn’ onder de London Bridge. Hij gebruikte zijn vinding om onder water te kunnen gaan om mensen naar de kroeg te lokken en zijn bier te drinken.

Een overzicht van de vindingen van Drebbel laat het volgende zien:
Perpetuum mobile: een soort van lucht-thermometer die werkte met een gegeven volume van gas dat varieerde met temperatuur en druk. Dit is de bekendste uitvinding van Drebbel en interessant is dat het apparaat in een hele reeks schilderijen uit die periode terugkomt. In zijn autobiografie rond 1630 schrijft Constantijn Huygens (vader van Christiaan) het volgende over Drebbel’s perpetuum mobile:
“The perpetuum mobile, which I know only from the drawing of it is so cleverly constructed, that no one, as far as I am aware, has been able to discover the hidden causes at work not even after it was broken. In a glass
spiral is a liquid, which reproduces the ebb and flow of the sea repeatedly (a thing I cannot believe), which certainly is brought about by self initiated motion back and forth and which enthrals experienced persons as much as inexperienced ones by its extraordinary continuance. I suppose it is something of the same sort as that, which now no longer astonishes us, where in a similar glass the enclosed liquid enables us to judge of the temperature of the day by the instability or mobility of the liquid. It is quite certain that the water is forced to rise to fill the empty space, when the air is pressed together by the surrounding cold and that the water is pressed down again and is chased away, as if by the ebbing of the tide, when the air expands by warmth.”
– Ovens en fornuizen: Drebbel was zeer bedreven in het bouwen van deze apparaten. Zo had hij een fornuis gebouwd waarbij het vuur op de gewenste temperatuur gehouden kon worden.
– Automatische muziekinstrumenten
– Hydraulische vindingen: reeds in 1598 kreeg Drebbel patent op een constructie die gelijk was aan onze huidige waterleiding, een buizensysteem dat vanaf verschillende dieptes zoet water naar wens naar boven kon pompen. Ook over deze uitvinding was Constantijn Huygens bijzonder lovend.
– Telescopen en microscopen: het is niet met zekerheid te zeggen maar vele mensen hebben de eerste microscoop toegeschreven aan Drebbel. Hij deed er veel aan het instrument bekendheid te geven in West- en Zuid-Europa en Galilei was bekend met zijn vinding. Ook Christiaan Huygens sprak met lof over de microscoop van Drebbel. Hij was een briljant glasblazer.
– Duikboot en zuurstof: In 1620 bouwde Drebbel een duikboot voor de Engelse koning. De boot had 24 mensen aan boord, 8 daarvan roeiers, voer enkele mijlen onder water door de Thames, kon van diepte veranderen, bleef op koers met een kompas en kon 24 uur onder water blijven met voldoende zuurstof. Daarnaast had Drebbel een hele studie gemaakt van het maken van zuurstof en wat in vele geschriften beschreven wordt is dat hij door het verwarmen van salpeter zuurstof vrijmaakte.
– Productie van explosieven
– Kleuring van stoffen: Drebbel bedacht een methode met tin zout om stoffen te kleuren met scharlakenrood. Deze kleur bestond reeds maar Drebbel’s rood was veel krachtiger en intenser.

Cornelis Drebbel en de Atmos klok van Jaeger-LeCoultre

cb perpetuum mobile
Perpetuum mobile van Cornelis Drebbel, H.M. Hiesserle von Chodau, 1612

cd Atmos-Hermès_front-769x1024
cd Atmos-Hermès_profil-769x1024
Jaeger-LeCoultre Atmos Hermes

-atmos-klassiek
Jaeger-LeCoultre Atmos klassiek

Met de uitvinding van zijn perpetuum mobile heeft Drebbel de basis gelegd voor de Jaeger-LeCoultre Atmos klok drie eeuwen later. Er waren echter meerdere van dit soort apparaten door de jaren heen ontwikkeld, ook Leonardo da Vinci bijvoorbeeld hield zich hier mee bezig, maar het duurde tot de 20e eeuw voordat het principe omgezet kon worden in een nauwkeurige klok.
In 1927 ontwikkelde de Franse ingenieur Jean-Leon Reutter de eerste Atmos klok, nu de Atmos 0 genoemd. Zijn klokken werden aangedreven door een ‘kwik in glas’ expansie apparaat dat een cilinder deed draaien waarmee middels een palrad de hoofdveer werd opgewonden. Het hele mechanisme werkt louter op temperatuursverschillen.Een graad temperatuurverschil tussen 15 en 30 graden Celsius is voldoende om de klok 48 uur te laten lopen. Om deze zeer kleine hoeveelheden energie in beweging om te zetten gelden voor een Atmos klok hele andere getallen dan voor een reguliere slingerklok. Zo maakt de balans slecht twee torsionele oscillaties per minuut, 150 keer trager dan de slinger van een standaardklok. De volgende vergelijking geeft aan hoe weinig energie een Atmos klok gebruikt: 60 miljoen Atmos klokken tezamen gebruiken niet meer energie dan een gloeilamp van 15 watt.
In de geschiedenis van de Atmos vallen twee zaken op. Op 1 juni 1929 creëerde de Compagnie generale de radio (CGR) een afdeling voor de productie en verkoop van de Atmos, geleid door Reutter. In september 1932 sloot LeCoultre een overeenkomst met de CGR voor de levering van uurwerken, midden 1933 werden de eerste leveringen gedaan van het zogenaamde 30″ A kaliber. Op 27 juli 1935 werd de gehele productie overgedragen aan LeCoultre.
Tweede opvallende punt is dat LeCoultre, na de overname in 1935, de zogenaamde Atmos I bleef verkopen maar dat het tevens bezig was met de ontwikkeling van de Atmos II. Belangrijkste wijziging was dat de ammonia en lood ‘blaasbalg’ vervangen werd door een bus met ethyl chloride.

De Atmos klok van Jaeger-LeCoultre blijft een fantastisch fenomeen dat met recht geschonken wordt aan alle belangrijke gasten die thuisland Zwitserland mag ontvangen.

Concluderend kunnen we zeggen dat Cornelis Drebbel een van de meest begaafde mensen uit onze vaderlandse geschiedenis is. Ieder vinding op zich is al briljant maar het feit dat ze allemaal van een man komen is nauwelijks voor te stellen. Gelukkig zijn recentelijk in Alkmaar de restanten van zijn huis gevonden zodat we een tastbaar stukje Drebbel hebben.

Jaap Bakker

juni 16th

17:35
Personen

Techniek

Andy Green en Rolex: jagers op 1000 mph over land
by admin

Project Bloodhound streeft naar een nieuw snelheidsrecord voor een voertuig over land. De snelheid die eind 2015/begin 2016 bereikt moet gaan worden is 1000 mph (1.609 km/h), het huidige record staat op 763,035 mph (1.228 km/h).
Andy Green, houder van het huidige record, en Rolex spelen een sleutelrol in het nieuwe project.

ag ROLEX_BloodhoundSSC_01

De twee precisie instrumenten die Rolex gemaakt heeft voor de cockpit van de Bloodhound

De twee precisie instrumenten die Rolex gemaakt heeft voor de cockpit van de Bloodhound


De cockpit van de Bloodhound die volledig door Andy Green ontworpen is

De cockpit van de Bloodhound die volledig door Andy Green ontworpen is


Wing Commander Andy Green voor de Bloodhound

Wing Commander Andy Green voor de Bloodhound

Model kit building Bloodhound

Andy Green geeft een tour door zijn 1000 mph kantoor

Wing Commander Andy D. Green OBE BA RAF (30 juli 1962) is een RAF straaljagerpiloot en houder van het huidige land speed record. Green begon zijn carrière met een RAF beurs op het Worcester College in Oxford waar hij in 1983 met first class honours afstudeerde in de wiskunde. Later dat jaar ging hij van acting Pilot Officer naar Pilot Officer in de RAF en kwalificeerde hij zich als piloot van de F-4 Phantom en Tornado F3 jachtvliegtuigen. In 2003 werd Green gepromoveerd tot Wing Commander.

Twee F-4 Phantoms op patrouille boven de Noordzee

Twee F-4 Phantoms op patrouille boven de Noordzee

Het Bloodhound project wordt actief gesteund door Rolex. In de eerste plaats levert Rolex twee cruciale instrumenten in de cockpit, een chronograaf en een snelheidsmeter. Deze dienen als back-up van het instrumentarium dat Andy Green recht voor zich heeft; mocht hier iets mee mis gaan kan hij direct op de Rolex klokken, deze werken volledig autonoom en hebben hun eigen GPS systeem, terugvallen. Daarnaast ziet Rolex het hele project in een veel breder kader doordat de wetenschap geprikkeld wordt nieuwe dingen te bedenken.

De Bloodhound SSC is een samensmelting van auto- en vliegtuigtechnologie wat een slank voertuig van bijna 14 meter heeft opgeleverd. De twee voorwielen zijn binnen de carrosserie geplaatst en de twee achterwielen er buiten. Andy Green zal plaatsnemen in dit voertuig dat afgetankt bijna 8 ton weegt en het onvoorstelbare vermogen heeft van 135.000 pk, voortgebracht door drie motoren: vliegtuig, raket en inwendige verbranding. Dit vermogen staat gelijk aan dat van 180 F1 auto’s.

ag rolex klokken
ag rolex klok detail

Het instrumentarium van Rolex speelt een centrale rol op twee kritieke punten tijdens de recordpoging. Bij het delicate afremmen van 1000 mph naar een complete stop en bij het klaarmaken van de auto voor de verplichte rit in tegenovergestelde richting wat exact binnen het uur moet gebeuren.
De twee klokken zijn aangesloten op het krachtsysteem van de Bloodhound SSC maar in geval van een stroomstoring schakelen ze over op een inwendige batterij. Bij de constructie van het instrumentarium moest Rolex rekening houden met twee belangrijke externe factoren: de extreme variaties in temperatuur in de Hakskeen Pan woestijn in Zuid-Afrika waar de strijd gaat plaatsvinden en de zware vibraties die te verwachten zijn bij supersonische snelheden.

ag update-for-the-fastest-race-track-on-earth-bloodhound-sscs-run-site-hakskeen-pan-south-africa-3-638
ag Hakskeen_Pan_Track[1]

In 2015 vinden de eerste snelheidstesten plaats met de Bloodhound SSC. De snelheid zal geleidelijk aan worden opgevoerd van 500mph, 600mph, 700mph tot 800mph en een nieuw land speed record. In 2016 wordt de aanval geopend op de magische snelheid van 1000mph.
Op de pieksnelheid van 1050mph zal de Bloodhound letterlijk sneller gaan dan een kogel en de mijl waarover de record snelheid gemeten zal worden, wordt afgelegd in 3,6 seconden.

ag andy_green_red_bulletin_31192_0
Andy Green in de cockpit van de Bloodhound SSC

Dat de 52-jarige Andy Green de juiste persoon is om de recordpoging van de Bloodhound SSC te laten slagen lijdt geen enkele twijfel. Green beschouwt de hele onderneming als een technisch proces en niet als emotioneel. Hij bestempelt zichzelf als een testpiloot binnen dit project en niet als coureur.
Dat Green over stalen zenuwen beschikt blijkt uit zijn commentaar op een gebeurtenis 20 jaar geleden in Irak. Hij kwam als RAF commander in het zuiden van Irak onder vuur van vijandelijke raketten, waar hij het volgende over zegt: “I’ve been shot at by much better people, with better weapons systems, frankly, so it wasn’t that much of a deal.” Om te ontspannen vliegt Green op competitieniveau stuntvliegtuigen.

ag daytona
Tijdens de recordpoging vertrouwt Green, naast de twee Rolex instrumenten in de cockpit van de Bloodhound SSC, op zijn Rolex Daytona om zijn pols.

Jaap Bakker

april 10th

14:22
Personen

Techniek

Ron van der Ende: tovenaar met sloophout
by admin

re stadsbus2007 183x112x14cm collectie Museum Rotterdam
Stadsbus, 2007 (183x112x14cm), collectie Museum Rotterdam

re stadsbus2007 detail
Detail Stadsbus, 2007

re 2007 LaDouze 86x53x8cm private collection Rotterdam
La Douze, 2007 (86x53x8cm), privé collectie Rotterdam

Ron van der Ende (Delft, 2 juli 1965) is een Rotterdamse kunstenaar die sinds 2000 de meest fantastische kunstwerken maakt van sloophout, zogenaamde basreliëfs. Van dit sloophout, vaak nog voorzien van verflagen, maakt hij dun fineer dat hij vervolgens met talloze spijkertjes op hout bevestigd. Zijn onderwerpen zijn overwegend uit het dagelijks leven, auto’s, schepen, natuur, de ruimte en het briljante van zijn werk is dat het op afstand als 3D oogt maar van dichtbij zie je dat het kunstwerk maar ongeveer een decimeter dik is.

Naar aanleiding van een tentoonstelling (20/12/’14-1/3/’15) van Ron’s werk in de Kunsthal in Rotterdam schreef het museum het volgende op de site:

‘Met ‘The Factory Set’ heeft de Kunsthal Rotterdam een primeur: bijna veertig werken van de Rotterdamse kunstenaar Ron van der Ende zijn voor het eerst bij elkaar gebracht voor een indrukwekkend overzicht naar aanleiding van zijn honderdste ‘bas-reliëf’. Van der Ende is bekend van zijn monumentale geconstrueerde reliëfs, bijna platte sculpturen van onder meer auto’s, gebouwen en ruimtecapsules. De beelden die hij samenstelt, zijn archetypen uit de (recente) geschiedenis, die voor iedereen herkenbaar zijn. Zijn werken laten symbolen van vooruitgang zien, maar ook natuurlijke vormen zoals kristallen en meer recent vluchtige voorwerpen zoals een gloeiend stuk hout en een lap vlees. De tentoonstelling biedt voor het eerst een fascinerende dwarsdoorsnede van zijn oeuvre – Van der Ende begon veertien jaar geleden met zijn bas-reliëfs – waarin de consistentie van zijn werk, het ambachtelijke maakproces en de schoonheid ervan centraal staan.

Met de hand gemaakt

De werkwijze van Ron van der Ende is nauwgezet en tijdrovend. Ieder werk bestaat uit een mozaïek van talloze stukjes dun gezaagd oud hout waar de originele verflaag nog op zit. Hij selecteert dit fineer op kleur en maakt het met de hand zorgvuldig op maat tot het precies past. De reliëfs zijn robuust van vorm en ogen van een afstand realistisch. Van dichtbij valt het kleurenpalet van het fineer echter in eindeloos veel schakeringen uiteen. Dan wordt het ruwe oppervlak zichtbaar van het gebruikte hout, dat met honderden spijkertjes is vastgezet. Door het nauwkeurig opgebouwd perspectief ontstaat een fascinerend ‘tromp- l’oeil’ effect: vanwege het gezichtsbedrog lijken de werken de ruimte in te komen, terwijl ze in werkelijkheid slechts zo’n twaalf centimeter diep zijn. De meeste werken in de tentoonstelling zijn doorgaans niet in het openbaar te zien.’

re Chevelle 65 2000
Chevelle 65, 2000 (het eerste basreliëf kunstwerk)

Ron groeide op in Maasdijk in het Westland waar zijn vader werkte in een timmerfabriek. Ron kwam dus reeds op jonge leeftijd in aanraking met het bewerken van hout maar tijdens zijn opleiding aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam koos hij aanvankelijk voor de schilderkunst maar later stapte hij over naar het beeldhouwen.
In 1988 maakte hij een installatie van zes houten objecten en een van deze objecten was het middenstuk van een houten reddingsboot dat hij met gebruik van oude tekeningen gemaakt had. Welvingen in zijn houten kunstwerken bleven terugkomen. In 1988 maakte hij ook Hispano Suiza/Construction I, wat geinspireerd was door het chassis van een Hispano Suiza racewagen.

Construction I/ Hispano Suiza, 1988

Construction I/ Hispano Suiza, 1988

re 1924 Hispano Suiza Tulip wood
Een Hispano Suiza H6C ‘Tulipwood’ uit 1924

Per mail heb ik Ron een aantal vragen gesteld voor dit artikel en dit zijn de antwoorden die ik van hem heb gekregen:

Kun je aangeven wie je klanten zijn? Hoe weten ze je te vinden?

Direct na de academie ben ik gaan werken met Galerie Delta in Rotterdam. Delta bestaat nog steeds maar inmiddels werk ik ook met Ron Mandos Galerie in Amsterdam. Ik heb ook een aantal jaren gewerkt met Ambach & Rice Gallery in Los Angeles maar die hebben onlangs besloten de galerie niet voort te zetten. Ik denk nog na of ik een nieuwe galerie in de States ga zoeken. Mijn klanten vinden me via mijn galeries of ze komen mijn werk tegen bij andere klanten. Ook ben ik erg actief op internet. Met name heb ik zelf een dagelijks kunst weblog gehad tussen 2004 en 2007.

Kun je iets vertellen over de materialen waarmee je werkt en hoe je deze gebruikt om tot een nieuw object te komen? Welke onderwerpen inspireren je? Kun je een punt aangeven waarop je echt bent doorgebroken? Waarmee kwam deze doorbraak?

Ik heb me als beeldhouwer altijd aangetrokken gevoeld door thema’s en technieken die niet per se uit de beeldende kunst komen. Na de academie maakte ik bijvoorbeeld ruimteschepen en modellen van fabrieken. Dus meer thema’s uit de modelbouw en kinderspeelgoed. Aanvankelijk werkte ik met heel verschillende materialen maar ook met licht, beweging en geluid. Er was bij vlagen wel belangstelling voor mijn werk maar de ‘doorbraak’ kwam toen ik me vanaf 1995 ging beperken tot het materiaal gebruikt hout. Ik maakte daar boot modellen van die voor de muur hingen. De eerste tentoonstelling daarvan was voor de opening uitverkocht en sindsdien kan ik structureel leven van mijn werk. Binnenkort dus al 20 jaar! Na enige jaren begon ik de
techniek als een beperking te ervaren. Ik zocht naar een manier om groter te werken in meer thema’s. In 2000 vond ik het antwoord. Ik ontwikkelde een techniek waarbij ik van hout reliëfs construeer die vervolgens worden bekleed met een laag mozaïek. Dit mozaïek bestaat uit gevonden hout dat wordt vast getimmerd. Het wordt niet geschilderd! Al het hout is door mij verzameld. Meestal vind ik het bij het vuilnis. Ik vind het fijn om iets bijzonders te maken van ‘waardeloos’ materiaal.

Heb je ooit overwogen iets te maken dat met horloges en/of uurwerken te maken heeft?

Ja, in de lange lijst met ideeën voor de toekomst staat ook een horloge. Ik denk dan aan een vroeg quartz / digitaal / lcd horloge. Misschien een klassieke Casio, maar het zou ook zomaar een Russische Poljot of Sekonda kunnen worden. Ik moet er echter wel bij zeggen; mijn lijst met opties is erg lang en ik weet niet wanneer dit gaat gebeuren.

re Sekonda

re Russisch quartz horloge

Ter afsluiting hetgeen waar het allemaal om gaat, de onvoorstelbaar mooie kunstwerken van Ron van der Ende:

Fishing Trawler, 2004 (175x185x16cm), bedrijfscollectie Rotterdam

Fishing Trawler, 2004 (175x185x16cm), bedrijfscollectie Rotterdam

Lunar Orbiter, 2006 (120x121x12cm), privé collectie Rotterdam

Lunar Orbiter, 2006 (120x121x12cm), privé collectie Rotterdam

Limo1, 2009 (184x115x12cm), studio

Limo1, 2009 (184x115x12cm), studio

Limo1 is based on the Cadillac Fleetwood state car to Ronald Reagan in the early eighties

Limo1 is based on the Cadillac Fleetwood state car to Ronald Reagan in the early eighties

Bathyscape Trieste, 2010 (110x84x12cm), privé collectie Rotterdam

Bathyscape Trieste, 2010 (110x84x12cm), privé collectie Rotterdam

Drifting North, 2010 (242x108x16cm), privé collectie NY (USA)

Drifting North, 2010 (242x108x16cm), privé collectie NY (USA)

Voiture Balai studio, 2010 (225x112x10cm), privé collectie Rotterdam

Voiture Balai studio, 2010 (225x112x10cm), privé collectie Rotterdam

KOValkyrie, 2010 (212x130x15cm), privé collectie Rotterdam

KOValkyrie, 2010 (212x130x15cm), privé collectie Rotterdam

Holocene, 2013 (160x168x16cm), privé collectie Rotterdam

Holocene, 2013 (160x168x16cm), privé collectie Rotterdam

Watershed (Yosemite), 2013 (180x200x12cm), Mirror Lake project iov de Staat der NL

Watershed (Yosemite), 2013 (180x200x12cm), Mirror Lake project iov de Staat der NL

380HP, 2014 (194x164x12cm), studio

380HP, 2014 (194x164x12cm), studio

Airstream R.V., 2012

Airstream R.V., 2012

Axonometric Array, 2008, studio

Axonometric Array, 2008, studio

Corsair, 2010 (180x87x12cm)

Corsair, 2010 (180x87x12cm)

Phoenix: Rise! (Pontiac Firebird Trans-Am), 2011

Phoenix: Rise! (Pontiac Firebird Trans-Am), 2011

Detail Phoenix: Rise!

Detail Phoenix: Rise!

Ship Section (185x195x16cm), privé collectie Rotterdam en de kunstenaar zelf

Ship Section (185x195x16cm), privé collectie Rotterdam en de kunstenaar zelf

maart 29th

19:17
Personen

De ‘Rode Baron’ en zijn Fokker Dr.I: inspiratie voor Zenith
by admin

Toen Manfred von Richthofen, bijgenaamd de ‘Rode Baron’, op 21 april 1918 in de buurt van Amiens werd neergeschoten en overleed, had hij officieel 80 overwinningen in luchtgevechten.

220px-Manfred_von_Richthofen
In dit portret draagt de Rode Baron de ‘Pour le Merite’, de ‘Blue Max’, de hoogste Pruisische militaire onderscheiding

Hoewel de Rode Baron zijn overwinningen in verschillende vliegtuigen heeft behaald is het de Fokker Dr.I die het meest geassocieerd wordt met deze luchtheld.

Fokker_Dr_I_Richthofen
Fokker Dr.I Red Baron

Zenith is al lange tijd betrokken bij de luchtvaart en aan het begin van de 20e maakten zij zogenaamde ‘montres d’aeronef’ oftewel ‘onboard watches’. Onderstaande afbeelding is een voorbeeld hiervan uit 1938.

1938 Zenith_Historical_Montre-d-Aeronef-Type-20-560

Op de Baselworld 2013 introduceerde Zenith de Zenith Pilot Montre d’Aeronef Type 20 GMT Red Baron, in een gelimiteerde oplage van 500 exemplaren.

Zenith_Pilot_BaronRouge_560

Maar laten we, voordat we ons op de Zenith storten, eens nader gaan bekijken wie Manfred von Richthofen was en wat de rol van Anthony Fokker hierbij is geweest.

Manfred Albrecht Freiherr von Richthofen werd op 2 mei 1892 geboren in Kleinburg als telg van een aristocratische Pruisische familie. Zijn militaire carrière begon in de cavalerie maar al snel werd zijn regiment overbodig en waren er alleen nog taken ver achter het front. Von Richthofen raakte hierdoor al snel teleurgesteld en hij verveelde zich omdat hij actie wilde zien.
Hij stuurde een sollicitatie naar ‘Die Fliegertruppen des Deutschen Kaiserreiches’ (later de ‘Luftstreitkrafte’ genoemd) en in zijn verzoek schreef hij ondermeer: “I have not gone to war in order to collect cheese and eggs, but for another purpose.” Ondanks deze niet echt militaire benadering werd hij tot zijn verbazing aangenomen en startte hij eind mei 1915 bij de luchtmacht.

Red Baron 1916 in an Albatros
De Rode Baron in 1916 in een Albatros

Zoals wel vaker met mensen die later geniaal blijken te zijn, startte ook de vliegcarrière van Von Richthofen moeizaam. Hij leek zelfs een beneden gemiddeld piloot te zijn: hij worstelde met de controle over zijn vliegtuig en crashte zelfs tijdens de eerste vlucht die hijzelf maakte.
Maar de volgende quote van Von Richthofen gaf al aan dat hij uit het juiste hout gesneden was:
“I had been told the name of the place to which we were to fly and I was to direct the pilot. At first we flew straight ahead, then the pilot turned to the right, then left. I had lost all sense of direction over our own aerodrome!…I didn’t care a bit where I was, and when the pilot thought it was time to go down, I was disappointed. Already I was counting down the hours to the time we could start again…”
In augustus 1916 selecteerde Oswald Boelcke Von Richthofen als een van de eerste piloten voor een nieuwe gevechtsunit genaamd Jagdstaffel 2 of Jasta 2. De Rode Baron won zijn eerste luchtgevecht met Jasta 2 op 17 september 1916 boven Cambrai in Frankrijk. Hoewel hij met meerdere vliegtuigen gevlogen heeft, waaronder meerdere types van de Albatros en de Halberstadt D.II, is het vliegtuig waarmee de Rode Baron het meest geassocieerd wordt de Fokker Dr.I Dreidecker.

Red-Baron
220px-Anthony_Fokker_1912
Anthony Fokker in 1912

Anton Herman Gerard ‘Anthony’ Fokker werd op 6 april 1890 geboren in Kediri in voormalig Nederlands-Indië. Zijn vader had een koffieplantage maar toen Anthony vier was verhuisde het gezin naar Haarlem zodat de kinderen, Toos en Anthony, een Nederlandse opvoeding konden krijgen.
Fokker was bepaald geen studiebol, hij maakte zijn middelbare school niet af, maar hij was van jongs af aan geïnteresseerd in techniek en vond het leuk allerlei dingen te maken, modeltreinen, stoommachines en modelvliegtuigen.
Fokker’s eerste serieuze interesse in het vliegen werd gevoed door de showvluchten van Wilbur Wright in de zomer en herfst van 1908 in Frankrijk.
In 1910 stuurde zijn vader de toen 20 jaar oude Anthony naar Duitsland voor een opleiding tot automonteur aan de Bingen Technische School maar Fokker verkaste al snel naar de vliegafdeling. In datzelfde jaar bouwde Fokker zijn eerste vliegtuig ‘de Spin’. In de tweede Spin behaalde hij zijn vliegbrevet en met de derde versie werd hij wereldberoemd in Nederland door op 31 augustus 1911 rond de toren van de Sint-Bavokerk in Haarlem te vliegen.

220px-Fokker_in_zijn_Spin_Dutch_aviation_pioneer_Fokker_in_his_first_aircraft
Anthony Fokker in de eerste versie van ‘de Spin’

In 1912 verhuisde Fokker naar Johannisthal bij Berlijn waar hij zijn eerste bedrijf oprichtte, Fokker Aeroplanbau. Later verhuisde hij naar Schwerin waar de fabriek een nieuwe naam kreeg namelijk Fokker Flugzeugwerke GmbH (later afgekort tot Fokker Werke GmbH).
Na de oorlog verbood het verdrag van Versailles Duitsland om vliegtuigen of vliegtuigmotoren te produceren. Als gevolg hiervan keerde Fokker in 1919 terug in Nederland om een nieuwe vliegtuigfabriek op te richten, de Nederlandse Vliegtuigenfabriek. Dit was de voorloper van de Fokker Aircraft Company. Ondanks de restricties in het verdrag van Versailles slaagde Fokker er in om 220 vliegtuigen, 400 motoren en vele onderdelen Duitsland uit te smokkelen; naar eigen zeggen had hem dit 20.000 gulden aan steekpenningen gekost.
Al snel verschoof de focus van militaire naar civiele vliegtuigen, zoals de zeer succesvolle Fokker F.VII trimotor. Uiteindelijk ging Fokker op 22 januari 1996 failliet en werden een aantal onderdelen overgenomen door Stork.

Zenith & Fokker Red Baron

De Zenith Aeronef Red Baron wordt aangedreven door een manufactuur, non-El Primero (alleen in de chronografen) uurwerk. Het gaat hier om het Elite class kaliber 693 met een tikgetal van 28.800 bph (4Hz) en een gangreserve van 50 uur.

Zenith-Elite-693-Caliber-Automatic
Zenith kaliber 693

De stalen kast van de Red Baron, diameter 48mm, heeft een zwarte DLC (diamond-like carbon) coating en de GMT indicatoren, zowel op de wijzerplaat als op de centrale GMT wijzer, zijn felrood net zoals de fameuze Fokker Dr.I Triplane van de Rode Baron. Op de achterkant van de Zenith Red Baron staat een medaillon met een afbeelding van de Rode Baron’s vliegtuig en de tekst ‘Montre d’Aeronef Type 20-Zenith Flying Instruments’. Het is een gelimiteerde oplage van 500 stuks.

Zenith-Pilot-Baron-Rouge-GMT-Caseback

Jaap Bakker

februari 2nd

15:11
Horlogemerken

Personen

Johannes Calvijn: grondlegger van de Zwitserse horloge industrie
by admin

Johannes Calvijn

Johannes Calvijn

Johannes Calvijn(Jehan Cauvin) werd op 10 juli 1509 geboren als vierde van de zes kinderen van Gerard Cauvin en Jeanne Lefranc. Calvijn was een belangrijke Frans-Zwitserse christelijke theoloog tijdens de Reformatie en is de naamgever van een protestants-christelijke stroming, het calvinisme. Als reformator wordt Calvijn vaak in een adem genoemd met Maarten Luther die zijn 95 stellingen poneerde in 1517, toen Calvijn 8 jaar oud was.

Op de geboorteplek van Calvijn is nu het Musée Jean Calvin gevestigd. Van zijn geboortehuis is alleen nog het trappetje over.

Op de geboorteplek van Calvijn is nu het Musée Jean Calvin gevestigd. Van zijn geboortehuis is alleen nog het trappetje over.

Als kind bezocht Calvijn met zijn moeder het bedevaartsoord Ourscamp, enkele kilometers buiten Noyon. Hier kuste Calvijn een reliek van de heilige Anna.

Als kind bezocht Calvijn met zijn moeder het bedevaartsoord Ourscamp, enkele kilometers buiten Noyon. Hier kuste Calvijn een reliek van de heilige Anna.

Door een geschil met het kapittel kon Calvijn geen priester, de wens van zijn vader worden, maar ging hij rechten en letteren studeren waarna hij in 1532 doctor in het recht werd in Orleans. In hetzelfde jaar schreef hij als humanist zijn eerste boek, een commentaar op Seneca’s verhandeling ‘De clementia’ (over de zachtmoedigheid of goedertierenheid). Calvijn’s boek was een hulde aan Erasmus van Rotterdam die in 1529 een grote Seneca uitgave had laten verschijnen. Het boek van Calvijn was niet uitgesproken Bijbels.

In de kathedraal Notre Dame in Noyon had Calvijn tot 1534 een eigen altaar, gewijd aan La Gesine (de barende maagd). Een deel van de opbrengst, enkele mudden graan per jaar, was bedoeld om zijn opleiding te betalen.

In de kathedraal Notre Dame in Noyon had Calvijn tot 1534 een eigen altaar, gewijd aan La Gesine (de barende maagd). Een deel van de opbrengst, enkele mudden graan per jaar, was bedoeld om zijn opleiding te betalen.

In 1534 ging Calvijn definitief over tot de reformatie toen hij in de grotten van Saint-Benoit-la-Foret en Crotelles (nabij Poitiers) voor het eerst het avondmaal vierde. Hij vierde dit avondmaal met vluchtelingen.
Calvijn reisde in 1536 naar Genève waar de predikant Guillaume Farel zijn hulp in roep met het hervormen van de kerk. Beide wilden zij dat de Bijbel het leven van de burgers zou gaan beheersen maar dit stuitte op groot verzet van de libertijns gezinde bevolking. Uiteindelijk weigerde ook het bestuur van Genève in te gaan op hun eisen en na een geschil rond het avondmaal tijdens de paasdienst werd Calvijn verbannen uit de stad.

Calvijn Institutie

Calvijn Institutie

Echter, in 1540 zaten er een aantal Calvijn aanhangers in de gemeenteraad van Genève en na het onderhandelen over de voorwaarden keerde Calvijn in 1541 terug in Genève waar hij opnieuw predikant werd. Samen met zijn collega Pierre Viret startte Calvijn direct na zijn terugkomst met het opstellen van een nieuwe kerkorde. Complicerende factor hierbij was dat Genève overspoeld werd met Franse vluchtelingen wat veel onrust veroorzaakte bij de autochtone bevolking. In 1559 stichtte Calvijn in de stad een academie, de huidige Universiteit van Genève.

Universiteit van Genève

Universiteit van Genève

Calvijn was een verklaard aanhanger van de vijf sola’s van de reformatie. In de wijze waarop God met de mensen omging was hij overtuigd van de predestinatie of uitverkiezing. Daarmee werd uitgesloten dat zogenoemde ‘goede werken’ bij zouden kunnen dragen tot verzoening met God, de goddelijke rechtvaardiging lag reeds van te voren vast. Wel bleef ieder mens tijdens zijn leven verantwoordelijk voor zijn daden.
Op 27 mei 1564 overleed Calvijn in Genève.

De religieuze kaart van Europa in de 16e eeuw.

De religieuze kaart van Europa in de 16e eeuw.

In de Bibliotheque du Protestantisme Francais aan de Rue des Saints Peres worden werken van Calvijn bewaard. Boven de deur van de leeszaal staat de volgende tekst: "Post Tenebras Lux" ("Na de Duisternis het Licht").

In de Bibliotheque du Protestantisme Francais aan de Rue des Saints Peres worden werken van Calvijn bewaard. Boven de deur van de leeszaal staat de volgende tekst: “Post Tenebras Lux” (“Na de Duisternis het Licht”).

Dat de invloed van Calvijn reikte tot in Nederland blijkt uit dit document.  Het is een vuurwerkverbod voor de stad Leiden in 1735. Bij overtreding moest een boete betaald worden van 30 zilveren guldens, dit is nu ruim 1200 euro.

Dat de invloed van Calvijn reikte tot in Nederland blijkt uit dit document.
Het is een vuurwerkverbod voor de stad Leiden in 1735. Bij overtreding moest een boete betaald worden van 30 zilveren guldens, dit is nu ruim 1200 euro.

Calvijn staat bekend als iemand die zeer streng in de leer was en niet iemand die daar ook maar een duimbreed op toe zou geven. Toch zijn er wel voorbeelden waaruit blijkt dat hij toleranter kon zijn dan de reputatie die hij heeft.
Er is een aantal jaren geleden een brief geveild waarin het ging over iemand die zelfmoord had gepleegd en Calvijn reageerde daar zeer beminnelijk op. Een ander voorbeeld is het verhaal van Michael Servet. Deze had in 1553 anoniem het boek ‘Restitutio Christianismi’ gepubliceerd met kritiek op Calvijn en diens Insitutie. Calvijn had reeds aangekondigd hem om te laten brengen als hij de kans kreeg en toen Servet tijdens een kerkdienst (geleid door Calvijn!) werd herkend, werd hij direct in de boeien geslagen. Volgens de rechtbank was hij een ketter en werd veroordeeld tot de brandstapel. Ondanks zijn eerdere emoties heeft Calvijn vervolgens zijn uiterste best gedaan de straf om te zetten naar onthoofding, wat minder gruwelijk is (op 27 oktober 1553 werd Servet toch op de brandstapel om het leven gebracht). In de aanloop naar de executie is Calvijn nog een aantal malen bij Servet op bezoek geweest in de gevangenis.
Zo is er toch een genuanceerd beeld van Calvijn ontstaan.

Een van de gevolgen van het calvinisme was dat uiterlijke frivoliteiten verboden werden. Voor juweliers en goudsmeden zat er maar een ding op: horlogemaker worden. Horloges waren wel toegestaan omdat deze een duidelijke functie hadden. Er waren nogal wat mensen die in de zomer het land bewerkten en gedurende de winter horloges of onderdelen hiervoor maakten.
Calvijn’s strengheid en de geboorte van de Zwitserse horloge industrie

In 2009 was het Calvijnjaar en horlogefabrikant Andersen heeft toen een Johannes Calvijn horloge uitgebracht.

Calvijn Andersen dial
andersen-geneve_montre-a-tact-calvin=back

Grappig detail is nog dat Andersen ook verscheidene horloges heeft gemaakt onder de naam ‘Eros’ en het is zeer de vraag of Calvijn de afbeeldingen op deze wijzerplaten had kunnen waarderen.

Johannes Calvijn

Johannes Calvijn

Jaap Bakker

november 24th

16:42
Horlogemerken

Personen

Zenith: like a rolling stone
by admin

Op 1 juni 2014 maakten Jean-Claude Biver, directeur van de LVMH Group Watch Division, en Tom Bennett, CEO van Bravado (Universal Music Group’s global music merchandising division) tegelijk met het optreden van de Rolling Stones in het Letziground stadion in Zurich bekend dat de rockband en Zenith een samenwerkingsverband zijn aangegaan. De special-edition El Primero Chronomaster 1969 wordt in een serie van 250 stuks gemaakt als eerbetoon aan de “14 On Fire” wereldtournee van de Stones.

static.squarespace.com
Vlnr: Ronnie Wood, Mick Jagger, Jean-Claude Biver, Keith Richards, Biver’s zoon, Charlie Watts

Het horloge waar het om gaat is een speciale Zenith Rolling Stones El Primero Chronomaster 1969 met het automatische El Primero Caliber 4061.
Historisch heel interessant is dat er in 1969 een grote strijd gaande was tussen de volgende horlogemerken om als eerste een automatische chronograaf op de markt te brengen:Dubois Depraz/Heuer-Leonidas/Breitling, Zenith en Seiko
Zenith heeft altijd volgehouden dat zij de eerste waren omdat ze op 10 januari 1969 een, weliswaar kleine, persconferentie hebben gehouden en hun uurwerk ook ‘El Primero’, ‘de eerste’ hebben genoemd. Algemeen wordt echter aangenomen dat het consortium van Heuer en Breitling met persconferenties over hun Kaliber 11 op 3 maart 1969 en de daaropvolgende tentoonstelling op de Basel Fair in april de eerste waren.

Zenith-El-Primero-Chronomaster-1969-Tribute-To-The-Rolling-Stones-5
zenith_image.3849973
Zenith-El-Primero-Chronomaster-1969-Tribute-To-The-Rolling-Stones-3
251956_10151006847133287_60275449_n
Het logo van de Stones, dat officieel ‘Tongue and Lip Design’ heet, is een van de bekendste logo’s ter wereld en is in 1970 ontworpen door John Pasche.

johnpasche_photo
John Pasche

Voor de speciale versie van de Zenith El Primero Chronomaster 1969 voor de Rolling Stones, zijn er talloze horloges uitgebracht met het ´Tongue and Lip Design´ logo
op de wijzerplaat.
Twee hiervan springen er uit:

Seiko Galante Rolling Stones 50th Anniversary limited edition SBLL017

Seiko Galante Rolling Stones uit 2012, gemaakt voor het 50 jarig bestaan van de band

1584_1582_rolex_oysterdate_rolling_stones_ref_6694_circa_1960_1584

Rolex Oysterdate Rolling Stones ref 6694 uit de 70er jaren
Rolex Oysterdate Rolling Stones (Fr)

Iets wat maar weinig mensen weten is dat´Mick Jagger is a Heuer guy!´. Door de jaren heen heeft hij ettelijke Autavia´s en Carrera´s versleten.
Ronnie Wood heeft een wel heel speciale band met Rolex. Zijn drugsgebruik was jarenlang zo heftig dat hij al zijn geld spendeerde aan verdovende middelen. Op een gegeven moment was het zo erg dat zijn echtgenote en hij het schoolgeld van de kinderen niet meer konden betalen en dat hij moest gaan bedelen bij de overige bandleden. Zijn vrouw zegt hierover het volgende:
“Ronnie had no concept of money. Bill Wyman recently told me about the time Ronnie went to the guys in the band to ask for a loan, as we couldn’t pay the children’s school fees. After pocketing the cash he went straight out and bought himself a Rolex.”

Twee interessante artikelen over de Zenith die is uitgebracht ter ere van de Rolling Stones:
ForbesLife
Worldtempus

Voor de muziek liefhebber tenslotte het volledige album ‘Sticky Fingers’ van de Rolling Stones:
Sticky Fingers

Jaap Bakker

november 11th

16:47
Horlogemerken

Personen

Rolex Deepsea D-Blue Dial: verrassend nieuws
by admin

Op 4 augustus 2014 kondigde Rolex plotseling een nieuwe versie van de Sea-Dweller Deepsea aan.

db:dial 3:4 h2o Rolex-Deepsea-Sea-Dweller-D-Blue-Dial-31
db:watch + tags Rolex-Deepsea-D-Blue-116660-watch-4
db:rolex-deepsea-d-blue dial 3:4 h2o

Er waren drie zaken die direct opvielen bij deze introductie door Rolex:

1. Rolex kondigt normaliter al het nieuws dat ze hebben aan op Baselworld in het voorjaar. Bovendien werd het bericht online naar buiten gebracht.
2. De Deepsea D-Blue heeft een wijzerplaat die van blauw overloopt in zwart (Rolex zegt hier het volgende over: “..reminiscent of the ocean’s twilight zone, where the last trickle of light from the surface disappears into the abyss.”). Rolex heeft nog nooit een dergelijke wijzerplaat gemaakt.
3. Het woord ‘Deepsea’ is op de wijzerplaat aangebracht in een kleur groen die rechtstreeks verwijst naar de Deepsea Challenger, het vaartuig waarmee regisseur James Cameron in 2012 afgedaald is in de Mariana trog (daarover zo meer).

Hoewel er op internet nog enigszins over gediscussieerd wordt heeft het er alles van weg dat Rolex voor het eerst een horloge heeft gemaakt dat een rechtstreekse verwijzing is naar een persoon (James Cameron).
Eveneens in augustus 2014 trad de nieuwe CEO van Rolex aan, Mr. Jean-Frederic Dufour. Verzamelaars speculeerden er direct over of het verschijnen van de D-Blue reeds te maken had met de benoeming van Dufour. Dufour komt van Zenith dat meer bekendstaat om zijn limited edition horloges. Kijkend naar de normale tijdbalk voor product ontwikkeling en de lancering van een nieuw model lijkt het niet waarschijnlijk dat dit reeds de eerste invloed van Dufour is geweest.
Mr. Dufour komt van Zenith (onderdeel van de LVMH groep) waar hij sinds 2009 CEO was. Hij heeft bij Zenith een lijn ingezet waardoor het merk zijn flair volledig terug heeft en hij was degene die ontdekte dat Zenith de rechten bezit op de naam ‘Pilot’ wat geleid heeft tot een nieuwe lijn van pilotenhorloges.
Onderstaand enkele interessante artikelen over Rolex en de aanstelling van Jean-Frederic Dufour:
ft.com
monochrome-watches.com
ablogtowatch.com
en.worldtempus.com

De specificaties van de nieuwe D-Blue zijn dezelfde als van de reeds bestaande Deepsea en ook het ref.nr. 116660 en het kaliber 3135 zijn niet gewijzigd. Kijk voor alle specificaties op Rolex.com:
Specificaties Rolex Deepsea

db:case exploded

db:comex tank
Voor het testen van de waterdichtheid van de Deepsea heeft Rolex samen met het Franse duikbedrijf Comex een speciale testtank ontwikkeld. Rolex werkt al tientallen jaren samen met Comex en Submariners met ‘Comex’ op de wijzerplaat behoren tot de meest gezochte Rolex horloges onder verzamelaars (zie bijvoorbeeld artikel:Een Rolex Submariner ref 5514: zowel Comex als militair?

De Deepsea D-Blue heeft een zeer interessante voorgeschiedenis. De directe aanleiding is de afdaling van regisseur James Cameron in de Mariana trog in 2012. De Mariana trog is het diepste punt onder de zeespiegel, gelegen op 36.000 feet (ruim 10 kilometer).
Cameron was echter niet de eerste die deze gevaarlijke en fascinerende missie ondernam. In 1960 waren Jacques Piccard en Lt. Don Walsh reeds afgedaald naar de bodem van de trog. Hoewel ze op een diepte van 30.000 feet een luid gekraak hoorden hebben ze doorgezet en belandden ze uiteindelijk in wat Walsh omschreef als ‘being in a big bowl of milk’. Na 20 minuten begonnen er scheuren te ontstaan in de ruiten van hun bathyscape Trieste en besloten ze dat het welletjes was. De terugkeer naar boven liep verder probleemloos.
Voor het hele verhaal van Piccard en Walsh lees artikel:
Jacques Piccard: 36.000 feet de Mariana trog in

db:deepsea challenge + 1960 Deep Sea Special
Voor de missie van Piccard en Walsh in 1960 had Rolex de Deep Sea Special (links op de foto) ontwikkeld die bevestigd was aan de buitenkant van de bathyscape Trieste en voor de onderneming van James Cameron zat een speciale Deepsea Challenge aan een arm van zijn capsule vastgemaakt. Beide horloges doorstonden de gigantische druk op deze diepte probleemloos.

db:deepsea challenge 12000m

In zekere zin kunnen verzamelaars de D-Blue zien als een troost voor het feit dat Rolex de massieve Deepsea Challenge die ontwikkeld was voor de missie van James Cameron en die waterdicht is tot 12.000m nooit op de markt heeft gebracht. Met een waterdichtheid die meer dan drie keer de 3.900m van de Deepsea bedraagt ziet de Deepsea Challenge er evenwel uit als een supergrote versie van de standaard Deepsea. Rolex had slechts 5 weken (!) de tijd om dit model te ontwikkelen en ze hebben er maar 5 of 6 van gefabriceerd.

Over de missie van regisseur James Cameron in de Mariana trog kunt u het volgende artikel lezen:
James Cameron in de DEEPSEA CHALLENGE 2012

Ter afsluiting van dit artikel een link naar een interview in Australië met James Cameron over zijn documentaire Deepsea Challenge 3D en de rol van Rolex hierbij:
Interview regisseur James Cameron

Jaap Bakker

oktober 13th

16:05
Modellen

Personen

Ernest Hemingway: een echte Rolex man
by admin

ehe:content_HemingwayDaiquiri
ehe:Ernest_Hemingway_Signature

The quintessential Renaissance man, Ernest Hemingway was a Nobel-prize-winning author, war reporter, bullfighter and a sophisticated cocktail connoisseur. He lived (and drank) all over the world, but was oft known for hanging out in bars in Key West and Havana. We’re toasting Hemingway this month, in honor of his birthday (July 21), with a few tidbits and tipples.

The Cocktails:
The original Hemingway Daiquiri was a frozen mixture of white rum, lime and grapefruit juice and maraschino liqueur and was reminiscent of a lime-colored Slurpee. Served at the infamous El Floridita in Cuba, it is said Hemingway once consumed more than a dozen in an evening. He remarked that one “felt as you drank them, the way downhill glacier skiing feels running through powder snow.” Ordered mostly by Hemingway as a double, the drink also became known as the Papa Dobles. Nowadays, the cocktail is often served straight up, no blender required. Hemingway was also a fan of absinthe and is credited with mixing a potent blend of absinthe and Champagne dubbed Death in the Afternoon after his 1932 book of the same name. 



His Drinking Buddies:
In Paris during the “Golden Age” of the 1920s, Hemingway drank with a bevy of famous artists and writers including Pablo Picasso, F. Scott Fitzgerald, James Joyce and W. B. Yeats. Woody Allen’s Midnight in Paris reenacts the conversations and carousing with admirable detail, as does our top tome of the month, The Paris Wife, a fictional account of Hemingway’s first marriage during those party years.

Hemingway Daiquiri
SERVES ONE

2 ounces white rum
3/4 ounce fresh lime juice
1/2 ounce fresh grapefruit juice
1/2 ounce maraschino liqueur

Add all ingredients to a cocktail shaker filled with ice and shake well. Strain into a chilled coupe or martini glass and garnish with a lime wheel.

Death in the Afternoon
SERVES ONE

1 1/2 ounces absinthe
4 ounces Brut Champagne

Pour absinthe into a champagne flute and top with chilled Brut Champagne until it clouds over.

Bovenstaande tekst geeft in een notendop goed weer wat voor een man Ernest Hemingway was en wat voor een leven hij leidde. Dit is echter een kant van het verhaal. Hemingway leed aan een bipolaire stoornis en kende ernstige depressies. In 1960 werd Hemingway in de Mayo Clinic behandeld met ECT (‘Electro Convulsive Therapy’, “Electroshock”) waarover hij het volgende zei: “What these shock doctors don’t know is about writers…and what they do to them…What is the sense of ruining my head and erasing my memory, which is my capital, and putting me out of business? It was a brilliant cure but we lost the patient.” Uiteindelijk heeft hij in 1961 in Idaho met een pistoolschot door het hoofd een einde aan zijn leven gemaakt; de wijze waarop hij deze daad gepleegd heeft past helemaal bij het karakter van Hemingway.

Hemingway Memorial in Trail Creek, noordelijk van Sun Valley, Idaho

Hemingway Memorial in Trail Creek, noordelijk van Sun Valley, Idaho

Ernest Miller Hemingway was het tweede kind, en eerste zoon, van Clarence en Grace Hemingway

Ernest Miller Hemingway was het tweede kind, en eerste zoon, van Clarence en Grace Hemingway


De Hemingway familie in 1905, van links naar rechts: Marcelline, Sunny, Clarence, Grace, Ursula en Ernest

De Hemingway familie in 1905, van links naar rechts: Marcelline, Sunny, Clarence, Grace, Ursula en Ernest

ehe:Rolls Royce

Deze 1929 Rolls Royce Phantom II Short Coupled Saloon is van Ernest Hemingway geweest. Met deze auto doorkruiste hij de USA terwijl hij titels als ‘A Farewell to Arms’, ‘The Fifth Column and the First Forty-Nine Stories’ en ‘Death in the Afternoon’ schreef en uitgaf. De auto is voorzien van drank, golf en jacht opslag compartimenten.

Een andere auto van Ernest Hemingway is de Lancia B10 waarmee hij in 1954 door Europa reisde.

ehe:Lancia B10 1954

ehe:hemingwayscats1

Ernest Hemingway, who famously wrote standing (“Hemingway stands when he writes. He stands in a pair of his oversized loafers on the worn skin of a lesser kudu—the typewriter and the reading board chest-high opposite him.”), approaches his craft with equal parts poeticism and pragmatism:

” When I am working on a book or a story I write every morning as soon after first light as possible. There is no one to disturb you and it is cool or cold and you come to your work and warm as you write. You read what you have written and, as you always stop when you know what is going to happen next, you go on from there. You write until you come to a place where you still have your juice and know what will happen next and you stop and try to live through until the next day when you hit it again. You have started at six in the morning, say, and may go on until noon or be through before that. When you stop you are as empty, and at the same time never empty but filling, as when you have made love to someone you love. Nothing can hurt you, nothing can happen, nothing means anything until the next day when you do it again. It is the wait until the next day that is hard to get through “.

ehe:hemingway-standing-desk-e1380299614146“.

Het favoriete schoeisel van Hemingway waren loafers, hij had er rekken vol van

Het favoriete schoeisel van Hemingway waren loafers, hij had er rekken vol van

Ernest Hemingway herstellende van verwondingen aan zijn benen, Milaan 1918

Ernest Hemingway herstellende van verwondingen aan zijn benen, Milaan 1918

In de winter van 1917 voerde het Rode Kruis campagne om Amerikaanse vrijwilligers te ronselen die op het Italiaanse front met ambulances wilden rijden. Hemingway ging daar op in, want in het Amerikaanse leger werd hij vanwege een slecht oog geweigerd voor de dienst. Op 8 juli 1918, pas enkele weken na zijn aankomst, werd hij aan zijn been gewond door granaatscherven, op het ogenblik dat hij chocolade en sigaretten aan Italiaanse soldaten langs de rivier de Piave uitdeelde. Volgens Ted Brumback, een andere ambulancechauffeur, die een brief schreef aan Hemingways vader, kreeg Hemingway meer dan 200 scherven in zijn benen, maar slaagde er ondanks deze verwonding toch in om een andere gewonde soldaat naar de Eerste Hulppost te brengen. Onderweg werd hij dan nog eens in zijn benen getroffen door verschillende machinegeweerkogels. Voor deze daad van zelfopoffering kreeg hij later de Italiaanse Zilveren Medaille voor Heldenmoed. De verwonding aan zijn rechterknie was zo ernstig dat hij vreesde dat het been zou moeten worden geamputeerd. Herstellend van zijn verwondingen in een ziekenhuis in Milaan, werd Hemingway verliefd op Agnes von Kurowsky, een goed opgeleide Amerikaanse verpleegster die acht jaar ouder was dan hij. Hemingway zou deze romance later in zijn roman A Farewell to Arms verwerken.

Ernest Hemingway schreef 'For whom the bell tolls', over zijn ervaringen in de Spaanse Burgeroorlog, in 1939 in Cuba, Key West en Sun Valley, Idaho

Ernest Hemingway schreef ‘For whom the bell tolls’, over zijn ervaringen in de Spaanse Burgeroorlog, in 1939 in Cuba, Key West en Sun Valley, Idaho

Het boek vertelt het verhaal van Robert Jordan, een jonge Amerikaanse explosievenexpert die als lid van de Internationale Brigades wordt toegevoegd aan een antifascistische guerrilla-eenheid in de bergen tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Samen moeten zij een brug opblazen om een aanval op Segovia te doen slagen. Jordan wordt tijdens de missie verliefd op Maria, een meisje dat haar ouders heeft verloren door de oorlog.
Het boek bevat autobiografische gedeeltes, Hemingway was tijdens de burgeroorlog in Spanje. De hoofdpersoon is mogelijk gebaseerd op Robert Hale Merriman, een Amerikaan die in 1938 in Spanje was gesneuveld. Merriman was een kennis van Hemingway.

ehe:1944

In WOII was Hemingway reporter in oorlogsgebieden in Europa en onderstaande tekst gaat over zijn ervaringen in België in die tijd:

On September 11th, 1944, Colonel Charles Trueman Buck Lanham, with a smouldering Lucky Strike permanently dangling from the left corner of his mouth, was looking through a splendid pair of captured German Zeiss field-glasses toward the river that formed the German border less than a hundred yards away.

“ Damn!”

“ What’s the problem, Buck?” asked Hemingway, who was playing a hand of gin rummy with Pelkey.

“ They’ve blown the damned the bridge. That was obviously the explosion we heard a minute ago.”

“ Who the hell are “they”, Buck?”

“ The damned SS. We heard yesterday that a few remnants of the 2nd SS Division might have been left behind to the give the regular German army a chance to get home to father.”

“ A joker don’t count, Archie. What can we do, Buck?”

“ Repair the bridge, I guess.”

Lanham then spotted one of his aides and yelled.

“ Captain!”

“ Sir?”

“ Get a bunch of engineers up here, and fast.”

“ Yes sir, but they’re way back…”

“ I didn’t ask where they were, captain, just get them up here.”

“ Yes, sir!”

The Captain roared off in his Jeep as Hemingway placed his cards on top of the low wall he and Pelkey were using as a card table.

“ Four, five, and six of clubs, oh, and eight, nine, ten, and jack of hearts. My hand I think, Archie? That’s a hundred dollars you owe me.”

“ Shit.”

Hemingway, Pelkey, and their little band, plus Lanham and a forward reconnaissance unit of his 22nd, were in the Belgian town of Houffalize – to the south of Liege, and just north of Bastogne – deep in the valley of the River Ourthe, beneath steep grey granite cliffs, which was, in the words of British historian Charles Whiting, “…the centre of a small road network and a bottle-neck. In three months time it was to be the centre of the great link up between the 1st and 3rd US Armies during the Battle of the Bulge and then it would be wrecked completely.”

For Lanham the bridge across the Ourthe, in the middle of the town, was essential for the eastward progress of the 22nd. But that didn’t bother the inhabitants of the town, who – even though many of their houses had been destroyed as the bridge went up – still heaped gifts of cakes,
eggs, and bottles of wine, upon Hemingway and the rest of the “liberators.”

“ Say, Ernie, if this were Oak Park, and your dear Mother was being liberated, would she offer cakes and wine?” asked Lanham.

“ I don’t ever remember seeing cakes in the house, sure as hell don’t recall eating any. And as for wine Buck, no chance, the Devil’s liqueur. No, any liberating army outside the Bitch’s house would be told in no uncertain terms to please stay off the grass and to be as quiet as possible so as not to disturb her afternoon nap. But then, who’d want to liberate Oak Park?”

After frying and devouring the eggs, eating the cakes, and drinking the wine, Lanham got the now assembled bunch of 22nd Infantry Engineers (the captain had found them brewing coffee less than three miles down the road) to gather together as many villagers as they could to start rebuilding the bridge with anything they could lay their hands on.

“ Wish I could get my hands on a Bailey Bridge, Ernie, but the damned Limeys keep them all to themselves, and the few the US have are in Holland.”

“ To hell with the Limeys, Buck.”

“ Yeh, but I still wish I had one of their damned bridges.”

Donald Bailey (later, Sir Donald) a pretty low grade British civil servant – and something of a Meccano fanatic as a boy – invented his so called Bailey Bridge in 1941, and eventually convinced the British military to take up his idea; and like all simple ideas it proved itself to be indispensable.

In essence a Bailey Bridge is a prefabricated metal road bridge that floats on pontoons, with the roadway element made-up of heavy duty timber planks. It can be assembled relatively easily, taking
around six hours to span a river the size of the Thames. The first was erected (under heavy enemy fire) in May 1944, at the battle of Monte Casino in Italy. Hundreds were used in the hours, days, and weeks after D-Day, enabling the Allied armies – especially the heavy armour and supply trucks – to maintain their necessary momentum whenever they came across a destroyed bridge. The Americans soon saw the usefulness of the invention and built hundreds under licence for their own use. As Colonel Lanham mentioned, by September of 1944 virtually all of the Bailey Bridges were being used in Holland as the Allied armoured divisions dashed toward Arnhem to relieve the besieged units of the British Airborne. To get an idea of how a Bailey Bridge was constructed, watch Sir Richard Attenborough’s superb 1977 film, A Bridge Too Far, and enjoy Elliott Gould’s wonderful portrayal of an unconventional, Colonel Lanham style, cigar-chewing American officer kicking ass. Of course Lanham had no chance of getting his hands on a Bailey Bridge, having to make do and mend. Bailey Bridges are still manufactured today.

Hemingway chose not to help re-build the bridge, but instead sat on a fence watching, drinking, and shouting orders on bridge-building techniques. Many of the town’s inhabitants, who genuinely thought Hemingway was in charge, immediately started referring to him as the General. Hemingway told them he was not a general, only a captain, and after being quizzed as to why he held such a lowly rank replied in deliberately broken French:

“Can’t read nor write is why. Never quite got around to it, but hell that don’t hold anyone back in the good old US Army.”

Ernest Hemingway was, as ever, enjoying himself hugely, and Lanham never told the Houffalizeans who was really in charge; why confuse them when they were building such an excellent bridge?

In fact it took less than an hour for the good people of Houffalize to rejoin the two halves of the bridge, and by early evening Lanham’s vehicles were crossing over in numbers – including tanks – to the German side and the inevitable confrontation.

A little further down river – where the Ourthe becomes the Sure – at the village of Stolzemburg, on the Luxembourg side of the river, which forms the border between Belgium, Luxembourg, and Germany, a young American Staff Sergeant, Warner H. Holzinger of the US 5th Armoured Division, took a patrol across the river – the bridge there had also been blown by the retreating Germans – and, avoiding the road, scaled the cliffs on the German side. They were the first allied soldiers to enter Germany in wartime since Napoleon’s invasion 150 years before. When they reached a small plateau fifty feet from the top of the cliffs they came across several empty camouflaged bunkers which were being used as a chicken coops by a farmer.

“ Well, if this is the famous West Wall, I don’t think much to it,” Holzinger said to a corporal at his side.

But when his patrol finally reached the cliff top and looked downward toward the heart of Germany they saw hundreds of pillboxes and bunkers of every shape and size. They hit the dirt expecting a barrage of fire, but nothing happened, not a single shot came their way. With night coming on Holzinger didn’t feel like hanging around and ordered his patrol back down the cliff and across the river. He had no desire to see if those other bunkers were empty or not.

When the sergeants report reached General Courtney Hodges, Commander of the US 1st Army, the General issued the following statement:

“ At 1805 hrs on 11th September, a patrol led by Sgt Warner H. Holzinger crossed into Germany near the village of Stolzemburg, a few miles north-east of Vianden, Luxembourg.”

As Warner and his patrol celebrated with a few drinks, and Colonel Clarence Park, Patton’s Inspector General, began to assemble and co-ordinate the paperwork for the interrogation of Ernest Hemingway, the novelist himself went to bed early, after a good dinner, and dreamed of
hunting deer in the forests around Lake Michigan, countryside that was not unlike that around Houffalize.

The morning of Tuesday the 12th September 1944 was clear and sunny, and as Hemingway awoke slowly from a dream where he was hunting deer with his son Patrick in Idaho, and had this most wonderful young stag clear in his sights, and was about to squeeze the trigger and put a .45 shell
cleanly into the back of the animal’s brain, the deer turned his head and looked at Hemingway, and his dark doleful eyes and trusting soft eared head turned into the anguished depressed face of Hemingway’s dead father. Ernest squeezed the trigger anyway.

Hemingway was awake now and looking up from his bed at his ageing face in the cracked oval mirror that hung above the large pine dressing table that stood against the wall in front of the bed of the first floor bedroom of the hunting lodge he, Pelkey, and the others were sharing. Hemingway then looked at his watch, six am, and not a sound except some distant snoring, and the sound of a million animals and birds stretching their wings and limbs amongst the trees and undergrowth
of this part of the dense Ardennes Forest. Funny, Hemingway thought, how, in the midst of war, nature continued to do what nature does, which is preen and sing, and scratch, and burrow, and eat, and fornicate and kill, and be killed. Not so different really to what the rest of the world was doing on this beautiful September morning.

Ernest Hemingway wanted to get up but decided against it for the minute and luxuriated a little longer in the warmth and softness of the feather mattress and fell asleep again, and dreamed, and dreamed of seeing James Joyce…

Ernest Hemingway met een Rolex, waarschijnlijk een Bubbleback uit de 1940s

Ernest Hemingway met een Rolex, waarschijnlijk een Bubbleback uit de 1940s


eh:bubbleback detail

De foto van de Bubbleback is gemaakt in de kleedkamer in Ralph Lauren op Worth Avenue in Palm Beach, Florida.

Ernest Hemingway in de kajuit van zijn boot 'El Pilar'. Om zijn pols waarschijnlijk een 18k gouden Rolex Oyster met leren band uit de 1950s

Ernest Hemingway in de kajuit van zijn boot ‘El Pilar’. Om zijn pols waarschijnlijk een 18k gouden Rolex Oyster met leren band uit de 1950s


eh:zoom in cabin boat

Navraag over de details van de Rolex horloges van Hemingway bij de John F. Kennedy Presidential Library in Boston leverde helaas niet de gewenste resultaten op. In hun Ernest Hemingway archief werd geen enkele Rolex aangetroffen. De enige drie horloges die bij hun vermeld staan zijn de volgende:

1. Jewelry. Pocket Watch. Gold, metal, glass. Gold pocket watch with second hand dial. Glass face plate is broken. MO 2002.29
2.Jewelry. Pocket Watch. Silver. Silver pocket watch with viello on reverse and “Willoughby A. Hemingway, Dec. 25, 02” inscribed on interior backing. Face plate is missing. MO 2002.29.3
3. Jewelry. Watch. Metal, plastic. 1 ½ in. Swiss wrist watch with plastic cover. Wrist strap is missing. MO 2002.23.2

Een ander interessant horloge van Hemingway, ook geen Rolex, is het Hamilton zakhorloge uit 1906 dat hij in 1954 van de actrice Ava Gardner voor zijn 55ste verjaardag kreeg. Onderstaand artikel vertelt het hele verhaal:
Hemingway “Birthday” Pocket Watch

Ernest Hemingway in Cabo Blanco in mei 1956

Ernest Hemingway in Cabo Blanco (Peru) in mei 1956, vissend op zwarte marlijn

ehe:Oldmansea

In 1951 schreef Hemingway in Cuba een van zijn bekendste werken, ‘The Old Man and the Sea’. Uitgegeven in 1952 was het het laatste belangrijke fictieve werk van Hemingway dat nog tijdens zijn leven werd uitgegeven. Het verhaal gaat over Santiago, een oude visserman, die 84 dagen lang niets gevangen heeft. Zijn leerling Manolin mag van zijn ouders niet meer met Santiago mee, hij moet op pad met meer succesvolle vissers, maar de jongen blijft nog wel voor de oude man zorgen. ’s Avonds brengt hij Santiago voedsel en hebben ze het eindeloos over de fameuze Amerikaanse honkbalspeler Joe DiMaggio.
Die avond vertelt Santiago dat hij de volgende dag in zijn eentje helemaal naar de Gulf Stream, ten noorden van Cuba in de Straits of Florida, zal varen en dat zijn ‘salao’ (de ergste vorm van pech) voorbij zal zijn. Op dag 85 rond het middaguur heeft Santiago beet, een grote vis waarvan hij overtuigd is dat het een marlijn is.
Er ontvouwt zich een strijd die drie dagen zal duren en als de vis eindelijk aan zijn sloep is bevestigd is Santiago volledig uitgeput en bijna delirant. Terwijl hij aan het rekenen is hoeveel deze marlijn hem wel niet gaat opbrengen, verschijnen de eerste haaien die afgekomen zijn op het bloedspoor achter de boot. Santiago slaagt erin de eerste vijf haaien van zich af te slaan maar ze blijven maar komen. Uiteindelijk komt hij terug in de haven met slechts het reusachtig skelet van de vis. Als een ongeruste Manolin die avond bij hem langskomt ligt Santiago te slapen en droomt hij over zijn jeugd, leeuwen op een Afrikaans strand.

In 1953 kreeg ‘The Old Man and the Sea’ de Pulitzer Price for Fiction en het boek speelde een belangrijke rol in het krijgen van de Nobelprijs voor Literatuur die Ernest Hemingway in 1954 in ontvangst mocht nemen.

eh:Karsh

Ernest Hemingway geportretteerd door de fotograaf Yousuf Karsh in 1957. Om zijn pols draagt hij een stalen Rolex Oyster Perpetual uit de 1950s. De begeleidende tekst bij de foto:
‘He did not like to talk about his work. Once he had written a book, he said, it went out of his mind completely and no longer interested him. “I must forget what I have written in the past, before I can project myself into a new work.”
What did he think, I asked, about the large tribe of writers who imitate his style? The trouble with imitators, he said, was that they were able to pick out only the obvious faults in his work; they invariably missed his real purpose’.

Hemingway gefotografeerd door Yousuf Karsh in 1957

Hemingway gefotografeerd door Yousuf Karsh in 1957

Het commentaar van Karsh bij de foto:
‘I expected to meet in the author a composite of the heroes of his novels. Instead, in 1957, at his home Finca Vigía, near Havana, I found a man of peculiar gentleness, the shyest man I ever photographed – a man cruelly battered by life, but seemingly invincible. He was still suffering from the effects of a plane accident that occurred during his fourth safari to Africa. I had gone the evening before to La Floridita, Hemingway’s favourite bar, to do my “homework” and sample his favorite concoction, the daiquiri. But one can be overprepared! When, at nine the next morning, Hemingway called from the kitchen, “What will you have to drink?” my reply was, I thought, letter-perfect: “Daiquiri, sir.” “Good God, Karsh,” Hemingway remonstrated, “at this hour of the day!”’.

ehe:Hemingriver

In het boek met de titel ‘Across the river and Into the Trees’ (1950) schrijft Hemingway het volgende over een Rolex Oyster (blz 117-118):
‘ “It’s just a muscle,” the Colonel said. “Only it is the main muscle. It works as perfectly as a Rolex Oyster Perpetual. The trouble is you cannot send it to the Rolex representative when it goes wrong. When it stops, you just do not know the time. You’re dead.”‘.

Jaap Bakker

januari 20th

17:55
Modellen

Personen

Rolex in de kunst
by admin

Het mechanische uurwerk van een Rolex is natuurlijk al een kunstwerk op zich. Zowel technisch, het geheel van schroefjes, tandwielen en veren dat zo nauwkeurig de tijd kan aangeven, als esthetisch, de prachtige manier waarop het uurwerk is afgewerkt. Toch zijn er mensen die hier geen genoegen mee nemen en hun artistieke vaardigheden loslaten op het onderwerp Rolex.
Dat dit fenomeen zich op allerlei wijzen kan uiten blijkt uit de afbeeldingen die volgen. Het is een bonte verzameling van tekeningen, schetsen, schilderijen en beelden. Er zit zelfs een hotel bij dat bol staat van Rolex als kunstvorm.

roku:3-Art-Rolex-Watch-by-Marcello_Reboani

Afb.: een schilderij van de Italiaanse kunstenaar Marcello Reboani. Volgende link naar de site van Reboani toont een ander Rolex kunstwerk van zijn hand:
Rolex Daytona door Marcello Reboani

roku:Charles Helleu rolex-milgauss-intersection-01

Afb.: de Rolex Milgauss door de ogen van Charles Helleu. Naast Rolex heeft Helleu ook andere horlogemerken gefotografeerd zoals op zijn site te zien is:
Horloges door Charles Helleu

roku:datejust platina
roku:daytona kleuren
roku:daytona zw
roku:nems subm kleur
roku:nems subm zw
roku:nems1655
roku:nemsdatejust
roku:nemsdaytona
roku:nemsgmt2

roku:reis pfau motorfiets

roku:reis pfau motorfiets (h.i)

roku:reis pfau motorfiets zijkant

De drie bovenstaande foto’s zijn van kunstwerken van de Braziliaanse kunstenaar José Geraldo Reis Pfau. Deze 57-jarige Braziliaan werd geboren en groeide op in Blumenau, Santa Catarina. Reis Pfau maakt miniaturen van motorfietsen gebouwd met horloge onderdelen, waaronder deze van Rolex. Hij beschouwt het maken hiervan nog steeds als een hobby die hij beoefent in de avonduren. Voorlopig is de collectie, die meer dan 200 kunstwerken omvat, privé bezit maar in de toekomst hoopt Reis Pfau ze ook te kunnen verkopen.
De passie voor motorfietsen startte voor Reis Pfau in de zestiger jaren en gaandeweg raakte hij geïnteresseerd in het bouwen van miniaturen van deze tweewielers. Bij zijn research naar de mogelijkheden voor zijn hobby kwam hij prachtige stukken tegen gemaakt van hout, aardewerk, schroeven en draad maar het werken met horloge onderdelen en brillen leek echt vernieuwend te zijn.
Een vriend van Reis Pfau, Alexandre Ranieri Peters, schoot hem te hulp bij het verkrijgen van de onderdelen. Deze vriend had een winkel en met een reclamecampagne gaf hij potentiële klanten aan dat zij, bij het kopen van een horloge of een bril, hun oude exemplaar konden gebruiken voor een eerste aanbetaling.
Nog meer motorfietsen staan op de volgende site van Reis Pfau:
José Geraldo Reis Pfau

roku:door-handles-239x300 Hotel d'O
roku:floor-detail Hotel d'O
roku:rolex-art Hotel d'O
roku:rolex-clock-297x300 Hotel d'Orologio
roku:smoking-room Hotel d'O

Bovenstaande foto’s zijn genomen in het fantastische Hotel d’Orologio in Florence. Het uitgangspunt voor het ontwerp en de inrichting van dit hotel is de ‘International Haute Horlogerie’ geweest, met de nadruk op collecties van Vintage horloges. Hier hebben topstukken uit de horlogewereld gediend voor de details in de decoratie en als suggestie voor de inrichting. Het gevoel voor detaillering gaat zo ver dat de kranen kopieën zijn van de kronen van horloges.
De diavoorstelling op de site van het hotel laat nog veel meer prachtige dingen zien:
Hotel d’Orologio

Op de site van de Britse kunstenaar Thomas Brown zijn te midden van de meest uiteenlopende onderwerpen ook vier foto’s van Rolex horloges te vinden:
Thomas Brown Rolex

roku:daytona art. horloge.info

Bovenstaande foto toont de Franse schilder Didier Valle, geboren in Parijs in 1958 en thans woonachtig en werkzaam in Bordeaux, met een schilderij van een Rolex Daytona. Op zijn site zegt hij met grote letters: “I LOVE WATCHES, SO I PAINT THEM….”.
Een aantal jaren geleden was hij bezig met een serie schilderijen van de dashboards van verzamelaars auto’s toen hem, kijkend naar de klokken op de dashboards, ineens te binnenschoot hoe het voor de hand lag om horloges te gaan schilderen; alles dat hij zocht in een onderwerp, verschillende materialen, formaten, lettertypes, transparantie, zat gevat in horloges.
De volgende link laat een wand vol met horloge schilderijen van Valle zien, waaronder ook twee Rolex horloges:
Didier Valle

Jaap Bakker

november 25th

18:25
Personen